Robbie

Toen de leraar Engels destijds op de Paulus-mavo de klassenlijst afging om te zien wie wie was en ‘Robbie’ zei, vond ik dat vreselijk. Dat ik thuis nog zo werd genoemd was al irritant genoeg; ik had de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs willen gebruiken om voortaan ‘Rob’ te heten, maar omdat mijn moeder alle formulieren invulde…

‘Nou, dat moet denk Rób zijn,’ zei hij, gelukkig, terwijl hij me wat langer bekeek.

Gister haalde ik mijn nichtje op van het kinderdagverblijf. ‘Róbbie!’ riep ze, zodra ze me zag.

 

Vanzelfsprekendheid is een sluipmoordenaar – of nou ja, elk geval een sluipbedwelmer

Wat ik met dit stukje níét wilde zeggen, is dat je alleen gelukkig kunt zijn als je gezond bent, of als het stil is. Of als je geld hebt.

Wat ik wilde benadrukken is dat we vaak niet beseffen hoe rijk we zijn, vanwege de vanzelfsprekendheid die overal in sluipt.

In mijn geval: als ik de kerstdagen op de bank kan doorbrengen, laptop of boek op schoot, zonder rugpijn en hopelijk zónder herrie van boven, dan ben ik volmaakt gelukkig.

En nu wéét ik dat ook.

 

In de voorste linie

Ondanks dat ik in de regel geen ‘Young Adult’ redigeer, was ik behoorlijk onder de indruk van de eerste twee delen van het drieluik van Michael Grant: In de voorste linie en De lange weg. Deel drie, De laatste missie, heb ik helaas niet kunnen doen doordat ik op een andere klus zat. Jammer, want ik had niet alleen willen weten hoe het afloopt, het voelt zelfs alsof ik voortijdig afscheid heb moeten nemen van een paar goede vriendinnen.

Tienermeiden, nota bene, maar voordat je nu je wenkbrauwen optrekt, vertel ik je eerst iets over de setting van het verhaal. Doorgaan met het lezen van “In de voorste linie”