Dus ik naar Keszthely

Volgens een reisartikel in AD-magazine, waarin een vrouw verslag deed van haar treinreis met haar kroost naar Krakow en, naar mijn mening, erg veel tijd aan het loket kwijt was om stoelen te reserveren – vaak verplicht, kan ook online, wist ze blijkbaar niet –, was Keszthely (Hongarije) als oorspronkelijk einddoel toch iets te ver om per trein te doen, dus toen ik onlangs met een lus door Oost-Europa naar Boedapest was getreind, wilde ik weleens zien wat er zo bijzonder was aan dit stadje. (De bananen misschien?) Doorgaan met het lezen van “Dus ik naar Keszthely”

Ingetogenheid

 

Je mag zo nu en dan een stapje terugdoen

even dimmen op de plaats

tot tien tellen, voordat je op de barricades klimt

met roeptoeteren begint

je mening loslaat op straat

Ja, m’n beste, je hebt álle recht

maar niet de plícht te zeggen waar ’t op staat

De samenleving is, mijns inziens

bij iets meer ingetogenheid gebaat

 

Menno Wigman

Wie, net als ik, veel poëzie aanstellerige moeilijkdoenerij vindt en na drie keer lezen nog steeds denkt: WTF!? Menno Wigmans Verzamelde gedichten (Prometheus, 2019) wíl je drie keer lezen, minstens – omdat je telkens weer iets nieuws ontdekt.

Stuk voor stuk prachtige briljanten.

 

Improviseren

Ooit liep ik de West Highland Way in Schotland en raakte ik ergens halverwege in vervoering door het gezang van een vogel. Het duurde even voor ik hem gelokaliseerd had tussen de bomen en toen ik zag dat het een roodborstje was, verbaasde me dat: die had ik thuis toch ook weleens horen zingen?

Zojuist zat er een roodborstje op mijn balkon, uit volle bost aan het zingen naar een soortgenoot, die zo te horen een balkon verder zijn of haar serenade beantwoordde. Ongelooflijk hoe rijk hun repertoire is; geen twee keer hetzelfde riedeltje. Alsof ze eindeloos improviseren.