Kuipjes

Mijn mail aan McDonald’s Delft-Noord:

Het komt vast – deels – door de lockdown dat Ypenburg haast bestrooid lijkt met McDonald’s-verpakkingen, afkomstig van de McDrive bij afslag Delft-Noord. Klanten kunnen hun maaltijd immers niet in uw restaurant nuttigen en daar dus ook niet hun afval deponeren. Dat uw klanten voornamelijk pubers zijn, zal er eveneens aan bijdragen dat er hier overal McDonald’s-doosjes, -bekers en -kuipjes op straat liggen – of worden gegooid, soms terwíjl ik kijk, zoals gister.

Het staat dan ook onomstotelijk vast wie de vervuilers zijn, maar toch vroeg ik me af: heeft u initiatieven op stapel om hier iets aan te doen? Voorlichting op mbo’s et cetera over de gevolgen van vervuiling of de psychologie áchter vervuilen, om maar iets te noemen? Wat dit laatste betreft: het op straat gooien van afval (liefst met publiek) is vast en zeker een daad van baldadigheid, niet veel anders dan vandalisme.

Ik heb u tien jaar geleden al eens benaderd met een ietwat naïef idee, waarin ik opperde een barcode op al uw verpakkingsmaterialen aan te brengen die gekoppeld zou kunnen worden aan de pinpas van de betaler/vervuiler. Nieuwe ideeën heb ik vooralsnog niet, maar mag ik u bij dezen mijn zorgen kenbaar maken?

Met vriendelijke groet,
Rob Steijger (45 jaar, Ypenburg)

Roodborstje

Het overkwam me in Schotland, jaren terug, en het overkwam me gister weer: ik hoorde een vogel fluiten die ik niet eerder hoorde. Beide keren bleek het een roodborstje te zijn; een vogeltje dat ik al mijn leven lang (of elk geval sinds ik erop ben gaan letten) vrijwel dagelijks zie en hoor.

Dat zegt iets over zijn vocabulaire, lijkt me.

Over over mij, kan ook.

Take five

Ruim een jaar nadat ik dit stukje schreef, over mijn droom waarin ik een kathedraal binnenloop en daar ontroerd raak door de muziek, maakte ik iets dergelijks mee in het echt.

In een klein dorpje op een klein eilandje aan de Kroatische kust klonken klassieke pianoklanken uit een klein kerkje (talk about ‘alliteratie-artillerie’). Ik liep naar binnen, zag dat alle bankjes vol zaten en vond een plekje bij de muur waar ik niemands zicht belemmerde. Na wat Chopin en List gaf de pianist nog een toegift: een schitterde interpretatie van een van mijn favoriete Dave Brubeck-nummers, ‘Take five’.