Schrijven op de handrem (schrijftip 1)

Schrijven met het Groene* Boekje in de hand, de Schrijfwijzer openslaan bij elke ‘hen’ of ‘hun’, ‘dat’ of ‘wat’; is het ‘gebeurd’ of ‘gebeurt’ (in ‘is het gebeurd’ is het ‘gebeurd’): het kan het schrijven behoorlijk afremmen.

Toen ik vorig jaar begon met tekstredactie had ik nog iets te bewijzen. Net zo hard aan mezelf als aan de buitenwereld. Zelfs e-mails en blogs van anderen moesten eraan geloven. Het zal geen toeval zijn geweest dat ik in die periode steeds kortere mails kreeg. Mijn eigen e-mails, vooral die aan uitgevers, las ik wel twintig keer door. Ik heb er aardig wat verstuurd, alle foutloos, maar met stijve vingers geschreven (en herschreven). Foutloos, maar levenloos.

Het werkt voor mij beter om in drie fases te schrijven. Eerst schrijf ik wat ik wil zeggen, dan herlees ik het – iets later – om onderscheid te maken tussen wat voor zich spreekt, en wat alleen ‘voor mij sprak’ toen ik het schreef. Daarna hark ik er pas taalkundig doorheen.

Maar, herlezen kan weer leiden tot herschrijven. Als ik morgen naar deze tekst staar, wil ik het misschien weer nét iets anders zeggen. Dus, herlezen: ja, maar niet te snel erna, maar ook niet te lang wachten.

Laat je niet afremmen door angst voor taalfouten en zet je gedachten ongeremd op papier. Voor de ander, maar vooral ook voor jezelf. 

* Lees ‘Witte’ indien voor jou van toepassing, ik wil graag iedereen te vriend houden (onderwerp van mijn volgende blog).