Toppers van 2013

De boeken waar ik afgelopen jaar het meest van genoten heb:

Stoner, John Williams (stileren én fileren; dát is schrijven)

Inferno, Dan Brown (terwijl ik in Florence was)

Vele hemels boven de zevende, Griet Op de Beeck

PAAZ, Myrthe van der Meer

Alles wat er was, Hanna Bervoets

De gevangene van de hemel, Carlos Ruiz Zafón (wat kan die man schrijven – en wat kan die vertaler vertalen)

Kleur van geluk, Thomas Verbogt (vaste en verplichte kost)

Wandelen, Frédéric Gros

Vrij Uitzicht, Anya Niewierra

Een dromomeron met een nekhernia, Nynke van der Beek (heb meegeholpen met de redactie, maar écht een aanrader als je van Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht hebt genoten)

De verrekijker, Kees van Kooten (boekenweekgeschenk)

Cd’s die ik in 2013 helemaal dofgedraaid heb:

Daughter, If you leave (depri, (dus) mooi) 

Sigur Rós, Kveikur (wow!…)

Ane Brun, It all starts with one; Agnes Obel, Aventine; Emiliana Torrini, Tookah (hoe dichter bij de poolcirkel…)

Nils Frahm, Felt en Spaces (zó intiem)

Editors, The weight of your love (‘The Phone Book’ had zo van The Boss kunnen zijn, maar dan was-ie minder mooi geweest)

Passenger, All the little lights (mooie teksten, mooie stem, mooie liedjes)

Basia Balut, Tall tall shadow

Pete Murray, Blue sky blue

Boards of Canada, Tomorrow’s Harvest (buitenaards mooi) 

Shigato, No better time than now (nog buitenaards-mooier)

Prestige

Door een sluimerende twijfel

aan of ik wel voldoe

blonk ik blakend uit in ijver

door al het pronken eind’loos moe

Blik naar binnen, vrees voor buiten

Geploeter en geploeg

Liet ik mij door trots omsluiten

Was het prestige dat mij droeg

Schrijven is laf

Praten lucht op. En schrijven ook. Het onder woorden brengen van wat je denkt en wat je dwarszit kan dingen ophelderen. Schoonschrijven, als het ware. Schrijven biedt een buffer waarbinnen je je gedachten kunt ordenen voordat je ze overbrengt. En misschien is dit ordenen wel het halve werk. Maar de andere helft dan?

De feedback die ik ontvang op wat ik schrijf komt meestal via een mailtje, of als reactie op een blog. Da’s lekker makkelijk. Ik ontneem de ander – jou – de ruimte om direct te reageren. Dit geeft mij echter wel de ruimte om ongehinderd te ‘praten’… maar hiermee onderschat ik waarschijnlijk jouw luisterend oor. Toch zou ik je niet alles face-to-face durven zeggen. En bovendien omzeil ik met schrijven mijn podiumvrees (even daargelaten hoeveel stoelen er gevuld zijn in de zaal).

Schrijven is dus laf.

Maar, ook behulpzaam. Schrijven helpt mijn ‘hoor mij eens!’ te stillen. Zoals ik tijdens een film of goed boek de buitenwereld vergeet, vergeet ik tijdens het schrijven deze behoefte aan een schouderklopje – mínstens zo irritant als mensen die praten tijdens de film – en kan ik alles ongestoord op een rijtje zetten.

Schrijven is dus best ‘zinnig’.

Na het schrijven staan al mijn zorgen en wensen open en bloot op papier. Mijn kladjes kan waarschijnlijk niemand lezen (ben niet voor niets redacteur geworden), maar geprint of online staat alles zwart-op-wit open-en-bloot uitgestald. Dat maakt schrijven best wel dapper! Of voyeuristisch?

Ben er nog niet uit. Ik schrijf nog even verder…