Kill your darlings, niet de redacteur

Bij deze wil ik nogmaals een lans breken voor tekstredacteuren. Die worden in het POD-proces vaak overgeslagen. Maar, ik wil er ook eentje breken voor alle POD- en selfpublishing-auteurs. Die kwamen er in mijn laatste stukje wat bekaaid vanaf, terwijl ik ze juist heel moedig vind! Met elk verhaal, of het nu autobiografisch is of ‘fictief’, geeft een schrijver zichzelf een beetje bloot. Maar omdat iedereen zijn blinde hoek(en) heeft, is het ook hierom zonde als de redactieslag wordt overgeslagen.

Een redacteur controleert lang niet alleen op spelling, grammatica en leestekens. Hij of zij kijkt ook naar de inhoud van het manuscript. Hij geeft aan waar en waardoor het te langdradig, ingewikkeld, of saai wordt. Daarnaast zal een redacteur het manuscript nog op tal van andere zaken controleren. Je kunt hem eigenlijk zien als een recensent: eentje die het boek beoordeelt nog voordat het wordt uitgegeven. De meerwaarde van een redacteur boven bijvoorbeeld een familielid is hierbij dat hij niet bang hoeft te zijn onterfd te worden – hij mag dus eerlijk zijn.

Een redacteur (of proeflezer) haalt de zinnen boven water die wel voor jou als schrijver, maar niet voor zích spreken – of die gewoon glashard onduidelijk zijn. Zodra de lezer denkt: hè, bedoelt-ie nou?, haakt hij af. De redacteur zal dit struikelpunt markeren en toelichten in de kantlijn. Het is dan aan de auteur om hier wel of niet iets mee te doen. Dit maakt gelijk het belang duidelijk van verschillende redactierondes: de jacht op fokschapen is zonde van de tijd als er nog herschreven moet worden.

Word

Soms, heel soms… eigenlijk best wel af en toe wordt mijn ‘geen haast’-houding op de proef gesteld. Lekker aan’t typen en ineens raakt Word in een epileptische absence. Slaat-ie vast, afwezig, druk met… iets. Auto save misschien, maar míjn god, waarom mag ik dan niet tegelijkertijd door typen? Dan lijkt mijn laptop een stiekem platgedrukte, zwartgeverfde Commodore 64, met in plaats van een harde schijf een taperecorder.

Waarom loopt het allemaal zo traag, meneer Microsoft!? Ja, ik had inderdaad eerder kunnen beginnen aan mijn klus, maar kom op! Bouwt u alstublieft een optie in de nieuwe versie om deze ‘Micropauzes’ uit te vinken? Ik kies graag mijn eigen zen-momentjes – liefst na mijn deadline. Stuurt u mij gerust een mail als u interesse heeft in mijn andere frustraties, pardon: verbetertips. De slogan ‘Let’s make things better’ is trouwens weer beschikbaar.

Zo, dat lucht op.

Strooptocht

Op strooptocht door mijn geweten

’s Nachts al mijn angsten achternagezeten

In ’t donker joeg ik non-stop door

Telkens bleven ze mij één stap voor

Pas in het vroege licht bekeken

zag ik ze één voor één verbleken

Zonde! (aan alle zuinige POD-auteurs)

Ik heb nu al een paar keer een boek in m’n handen gehad dat via Print On Demand is uitgegeven, zónder dat er gebruik is gemaakt van een redactieslag. Als de achterflap, of soms zelfs de titel(!) al taalfouten bevat, sla ík het boek in elk geval niet open; en dat geldt vast ook voor andere lezers. Een auteur die niet de moeite neemt zijn tekst foutvrij te maken, neemt zijn lezers niet serieus.

Schrijven biedt juist dé gelegenheid om goed uit je woorden te komen. En als jouw boek in veelvoud gedrukt gaat worden, is het zonde als er nog ‘tepel’ staat in plaats van ‘tegel’; als er geen vraagteken staat aan het eind van een vraag; als ‘software matig’ niet aaneengeschreven is; als er geen streepje met daarna een hoofdletter k staat in Lekkerbekking (vishandel, die niet zo lekker bekt – dit stond op een busje, maar toch), et cetera. Ik zou hier heel graag nog meer voorbeelden geven, en al zijn deze dan exemplarisch bedoeld en gericht aan alle auteurs die denken: ik heb toch de spellingchecker eroverheen gehaald?, ik bijt maar even op mijn tong.

Iedereen maakt schrijffouten: feit. Ik ook. Maar als je je boek gaat publiceren en taal is zeg maar niet je ding, laat er dan een redacteur naar kijken. Dat zeg ik niet alleen om mijn kachel te laten roken; ik heb inmiddels genoeg oud papier.

Bebop

Ochtendzonnetje door het glas-in-lood, een cappuccino naast mijn laptop en de warme pianoklanken van Bill Evans’ ‘Empathy’…

Bijna om de week koop ik een geremasterde (opgevijzelde) klassieker van een van de bebop- en jazzpioniers uit de jaren 60: Oscar Peterson, Sonny Clark, Miles Davis, Evans, Thelonious… Zo leerde ik Dave Brubeck – een week voor zijn overlijden – pas kennen tijdens het luisteren naar Time Out. Natuurlijk hérkende ik ‘Take Five’, maar de piano- en saxnoten glimmen pas écht in volle glorie tussen de andere briljanten op deze plaat. Op Alone in San Francisco lijkt Thelonious Monk tijdens de eerste drie nummers zijn vleugel nog wat op te warmen om hem vanaf ‘Everything happens to me’ als klankkast én klankbord te gebruiken in een bevlogen dialoog. En van Hank Mobleys Soul Station word ik gewoon héél erg vrolijk.

De live-opnames uit die tijd onderscheiden zich enkel van de studio-opnames door wat rinkelende glazen op de achtergrond. De studio-opnames zijn door alle musici tegelijk ingespeeld, en dat hoor je. Niet gladgestreken, niet platgepolijst, eerder alsof de microfoon nog openstond toen Miles begon te blazen, toen Bill nog wat begon te tingelen. Vooruit, nog eentje dan…