Passie (schrijftip 4)

Gisteren las ik in een interview: ‘Niet het resultaat, maar de passie telt.’ Daar mag ik mijzelf best wat vaker aan herinneren.

Ik zie passie als een activiteit waarin ik helemaal op kan gaan, waarin ik mijzelf kan verliezen en tegelijkertijd ontmoeten. Waarmee ik de buitenwereld buitensluit. Waarbij ik níét bezig ben met het resultaat. Schrijven is in die zin een van mijn passies. Maar zodra ik iets geschreven heb waar ik tevreden over ben, is de passie uitgewerkt en neemt pronken het over. Ik loop heus niet met een stapel papier of opengeklapte laptop door de stad om iedereen aan te klampen… maar ik deel het vaak wel via social media – en hou het aantal views in de gaten. Vóór het schrijven overheerst soms onzekerheid: komt er wel wat uit mijn vingers? Dit probeer ik dan te sussen met resultaten uit het verleden (die geen garantie bieden, weet ik, maar toch). …Alleen tíjdens het schrijven is het heerlijk stil.

Doet het resultaat er dan niet toe? Als je schrijft om te behagen, te overtuigen, te imponeren, of te verkopen: dan wel. Dan mag je hoog en breed uitpakken om jouw doelgroep te bereiken. Maar als je schrijft voor jezelf, spontaan, zonder verborgen agenda, maakt het eigenlijk niet uit hoeveel lezers je bereikt. Toch weet ik zeker dat er dan minsten één lezer is die zich in jouw tekst herkent. En áls je dan al resultaat wilt, laat het dan herkenning zijn.

Inlevingsvermogen

Ik denk dat Lord of the Rings het enige boek is dat ik heb uitgelezen ondanks dat ik het langdradig vond (en klef, en… don’t get me started). Maar op deze uitzondering na (iedereen las het immers) laat ik elk boek dat mij niet binnen een paar bladzijden weet ‘op te zuigen’ links liggen. Maar wat maakt een boek – voor mij – een ‘sucking’ goed boek?

Nadat ik The Davinci Code had gelezen, van Dan Brown, wilde ik meer. Meer boeken die niet alleen lezen als een trein maar die je ook mee aan boord nemen. In LOTR werd ik telkens afgeleid door overbodige details en lange uitweidingen. Brown schetst alleen de benodigde details om je in te kunnen leven in de scène, of die later in het verhaal een ‘rol’ spelen. Twee heel verschillende genres, maar het magische woord is inmiddels gevallen: inleving.

Ik wil me kunnen inleven, in de sfeer, en nog veel, veel, veel belangrijk: in het personage. Dat is de reden waarom ik lees. Gedachten lezen, gevoelens lezen. Een scène kan nog zo angstig bedoeld zijn, als ik me niet kan verplaatsen in het personage, de protagonist, komt de angst niet over; laat het me koud. Het valt of staat voor mij dus met het ‘inlevingsvermogen van het boek’.

Voor mij draagt het narratief – hóé wordt het verhaal verteld, vanuit welke invalshoek – veel meer bij aan dit inlevingsvermogen dan de plot. Laatst begon ik aan een dikke thriller met een heel gecompliceerd verhaal, maar het personage wist me niet echt te grijpen. Zijn drijfveren bleven vaag – wat niet per se een probleem hoeft te zijn als het een personage betreft dat maar wat aanklooit in het leven (zou zelfs herkenbaar kunnen zijn) – maar de missie die hij op zich nam, leek geheel in het teken te staan van ‘we hebben een boek, en dus een plot, en dus een personage dat dit plot moet volgen’. Dat werkt niet voor mij. Het personage mag niet ondergeschikt zijn aan het verhaal. Ik wil boeken lezen die als het ware door het (fictieve) personage zelf geschreven zijn, liefst in dagboekvorm – dat geeft vlotte, korte hoofdstukken –, alsof hij of zij echt leeft en het echt beleefd heeft.

En heb ik een tweede Dan Brown gevonden? En of! Harlan Coben. Heb net Zes jaar uit. Korte hoofdstukken, geschreven vanuit het hoofdpersonage, waardoor je meeleeft, ‘meebeleeft’ en meedenkt. Je leest zijn gedachten, reacties, angsten, twijfels, binnenpretjes, reflecties et cetera. Thomas Verbogt is ook een van mijn favorieten. Geen woord te veel om een situatie, persoon of sfeer te beschrijven. Soms letterlijk, soms met een mooie metafoor, maar altijd voldoende om je in te kunnen leven; in de sfeer én in het personage.

Coben en Verbogt ‘kleden hun personages aan’ met observaties van het dagelijks leven – ongetwijfeld die van de schrijvers zelf. Beiden schrijven verschillende genres, maar mijn boekenkast staat alleen op achternaam gesorteerd.