Proeflezen en proeflezen

Sommige redacteuren, onder wie ik, verstaan onder proeflezen het inhoudelijk beoordelen van de eerste versie van een manuscript (‘voorproeven’). Andere redacteuren verstaan hier het corrigeren van spel- en taalfouten onder, waarschijnlijk gebaseerd op het corrigeren van de ‘proef’ – de bijna-definitieve versie (op die foutjes na) van het manuscript – voordat deze naar de drukker gaat.

Proeflezen is dus geen eenduidig begrip. Onhandig, want de eerste interpretatie is van toepassing op het begin, en de tweede op het eind van het uitgeefproces.

Leest

Het duurde even eer ik mijn ‘leest’ had gevonden. Na een lange omzwerving, via natuurkunde en ICT, kwam ik uiteindelijk via een thuisstudie psychologie in het redactievak terecht. Niet zozeer door de psychologische zelfinzichten – maar door de fouten waarover ik struikelde in mijn studieboek.

Ik hield er altijd al de gewoonte op na om foutjes en correcties te melden bij de uitgevers van de boeken die ik las. Deze ‘braafste jongetje van de klas’-aanpak paste ik ook toe toen ik niet alleen taalfouten, maar ook inhoudelijke fouten aantrof in mijn studieboek psychologie. Ik wilde de stof goed begrijpen, en elke tegenstrijdigheid of onduidelijkheid belemmerde dit. Per hoofdstuk mailde ik mijn correcties, suggesties en vragen naar de bureauredactie.

Ten tijde van mijn thuisstudie was ik werkloos en vulde ik mijn dagen met studeren, solliciteren en lezen. Ik las álles van Thomas Verbogt en bíjna alles van Harlan Coben (op zijn Myron Bolitar-serie na), maar ook boeken over mindfulness en meditatie. Met een uitgever van ‘esoterische’ boeken had ik intussen een overeenkomst gesloten: gratis boeken in ruil voor correcties. Nog altijd zonder mezelf redacteur te noemen, of ‘corrector’ (waar ik toen nog nooit van had gehoord – laat staan ‘persklaarmaker’).

Pas toen een vriendin vertelde dat ze haar artikel liet nakijken door een redacteur, en ik haar vroeg wat dit precies inhield, viel het kwartje en wist ik – inmiddels 37 jaar oud – ineens wat ik ‘later wilde worden’.

Sinds ik mij bij de KvK als redacteur/corrector heb ingeschreven liggen mijn studieboeken te verstoffen, maar het zal je niet verbazen dat ik bij voorkeur boeken over psychologie corrigeer. En natuurlijk fictie. Liefst thrillers. Dan waan ik me een detective, op zoek naar plot- én taalfouten.

Kortzichtig

Ik zou een grens willen trekken waarbinnen geen grenzen golden.

Ik ben in staat de oorlog te verklaren aan alle fundamentalisten die andersdenkenden de oorlog verklaren.

Al die zorgen over milieuverontreiniging verontreinigen mijn gedachten.

Ik discrimineer keihard op mensen die discrimineren.

Soms zou ik willen schreeuwen om stilte.

Ik wou dat ik kon begrijpen hoe je zó kortzichtig kunt zijn.

Zwakke werkwoorden

Zwakke werkwoorden waarvan de stam eindigt op een d of een t (voeden, planten) klinken in het meervoud hetzelfde in de tegenwoordige als in de verleden tijd. Alleen bij het lezen zie je dat ‘al die blikken voedden mijn vermoeden’ in de verleden tijd staat; dit hóór je niet. Net als ‘we plantten de zaadjes’, wat met die dubbele t ook nog eens lelijk oogt.

Onpraktisch, halsstarrig (want weigeren van klinker te veranderen) en lelijk. Vandaar: zwak.