Denkbeelden (2)

De drang om andersdenkenden jouw denkbeelden op te leggen – of het nou een levensovertuiging, religie of dieet betreft – is volgens mij gebaseerd op de neiging je aan dit beeld vast te klampen, als een reddingsboei. Uit zekerheid. Uit veiligheid. Of misschien gewoon uit gewoonte.

Omdat je een denkbeeld nodig denkt(!) te hebben, zie je afwijkende denkbeelden niet zozeer als afwijzing van de jouwe, maar als een stille ontmaskering van dat wat het is: een (breekbaar) beeld.

Navelstreng

Het stille besef dat we onze eigen kraamkamer aan het vervuilen zijn, zet ons ertoe om afleiding te zoeken, via consumentisme, materialisme en allerlei andere vormen van ‘blindehoekverbreding’, waarmee we ons niet alleen afsluiten van de catastrofe die we zelf aan het creëren zijn, maar hem ook in stand houden – en verérgeren.

We kunnen dit alleen voorkomen als we beseffen dat we allemaal met dezelfde navelstreng verbonden zijn.

Regimes, ideologieën en empathisch vermogen

Vanwege de dodenherdenking plaats ik deze eerder geschreven – nare – blog weer even bovenaan.

Om een of andere reden kreeg ik toen ik net was begonnen als freelance redacteur vooral oorlogstitels, en binnen een paar maanden wist ik meer over oorlogen, en met name de Tweede Wereldoorlog, dan ik zou willen. Een van die boeken was Compartimenten van vernietiging (Prometheus, 2014). Ik wist van de gaskamers, maar dat er door de nazi’s al voor die tijd en op zó’n grote schaal werd gemoord, daar had ik geen idee van.

Eén scène – haak hier gerust af – beschreef hoe een jong Joods meisje in paniek op een Duitse soldaat af rende, met haar armen gespreid. Hij stak haar neer.

Deze scène achtervolgt me nog steeds. Ik probeer me almaar voor te stellen wat die soldaat bewoog, waar zijn ‘toewijding’ vandaan kwam.

De soldaat werkte en leefde in dienst van een regime. Een regime heeft buitenstaanders en zondebokken nodig. Buitenstaanders om de omtrek van de groep te kunnen bepalen en zondebokken om alle problemen (het was zwaar crisis in die jaren) op te projecteren. Daarnaast kan ik me best voorstellen dat de ongehoorzamen en afvalligen zélf slachtoffer werden en dat het groepsgevoel dus niet alleen gebaseerd was op een gemeenschappelijke overtuiging of kameraadschap, maar ook op angst.

Misschien verklaart dit de moord die hij pleegde, misschien slechts deels. Misschien ís het ook niet voor te stellen en moet ik me afvragen hoe ik zélf zou handelen in zo’n situatie. Dat weet ik niet. Dat kan ik ook niet weten. En daar hoop ik ook als-je-blieft nooit achter te komen. Maar ik ga nog even door als advocaat van de duivel, enkel en alleen om het een plekje te kunnen geven.

Ik denk dat die soldaat op dat moment niet alleen het meisje maar ook zijn eigen empathie vermoordde. Hij ontnam zijn empathische gevoelens de ruimte er te zijn, omdat ze in strijd waren met de ideologie die hij aanhing. Deze ideologie (oftewel de overtreffende trap van ‘overtuiging’) had hij vervolgens nódig om zijn acties voor zichzelf te rechtvaardigen. Om zijn empathie te smoren.

Ik geloof niet dat je géén empathie kunt voelen. Ik geloof wél dat je dit kunt onderdrukken. Zijn ideologie – in dit geval het nazisme – vervulde deze functie.

Elk gespaarde leven ná deze moord zou hem vervolgens hebben geconfronteerd met zijn daden. Met zijn empathisch vermogen. Met zijn geweten. Dus bleef hij moorden. In dienst van zijn ideologie.

 

Hiernumaals

Het leven na de dood is niet iets wat me op dít moment echt bezighoudt, en bovendien ben ik van het ‘eerst zien, dan geloven’. Maar ruwweg heb je volgens mij twee smaken: een hemel, of reïncarnatie. Of ‘niets’, maar dat vind ik smaakloos.

Het nadeel van geloven in een hemel is dat we er ‘hier beneden’ een zooitje van kunnen maken. Geloof je daarentegen in reïncarnatie, dan ben je neem ik aan meer geneigd het ‘hiernumaals’ netjes te houden, omdat je weer terugkomt – als mens, of als vis.