Stuurwoorden

‘Gewoon’, ‘natuurlijk’ en ‘vanzelfsprekend’ zijn woorden die vaak geschrapt kunnen worden. Ze klinken opdringerig, sturend en stug; alsof de schrijver of spreker zíjn norm als dé norm wil opleggen en niet van plan is om van standpunt te veranderen.

De sportdiëtist die ‘gewóón een boterham met pindakaas’ adviseert, laat indirect zijn afkeer van superfoods en kale shakes blijken.

Of: ‘Dieren hebben vanzelfsprekend geen bewustzijn.’ De schrijver weet het zeker, en lijkt bovendien niet open te staan voor discussie.

Een overtuigende tekst heeft dit soort ‘stuurwoorden’ natuurlijk helemaal niet nodig.

Wolharigemammoetkiezen

In een Volkskrant-artikel over paleontologie werd een ‘wolharige mammoet-kies’ genoemd. Dat moet officieel een wolharigemammoetkies zijn (of wolharige-mammoetkies), omdat een kies nooit wolharig is, laat staan na duizenden jaren. Het is de kies van een wolharige mammoet.

Wordt er over duizend jaar een kies gevonden die na DNA-analyse van mij blijkt te zijn geweest, dan is het een Rob Steijger-kies (of Rob Steijgerkies), dus met hoofdletters én spatie. Met of zonder streepje mag je zelf, uhm, kiezen.

Als ik heel typische kiezen zou hebben, wordt het een robsteijgerkies; een sóórt kies, waardoor de hoofdletters en spatie vervallen. Je tandarts zou dan kunnen zeggen: ‘U hebt robsteijgerkiezen.’

Wat nog altijd beter is dan: ‘U hebt wolharigemammoetkiezen.’