Niet dat me dat geen windeieren heeft gelegd

‘Dat heeft me geen windeieren gelegd’: ik blijf erover struikelen. Vooral door dat venijnige ‘geen’. Dus, voor eens en voor altijd en vooral voor mezelf:

‘Dat heeft me geen windeieren gelegd’, maar wel eieren waar ik wél iets aan heb. Windeieren hebben namelijk geen kalkschaal, dus die wil je niet. ‘Tochteieren’ zou een betere omschrijving zijn; dan zie ik een kuikentje voor me dat kouvat. ‘Wind’ associeer ik bovendien met ‘Wind mee hebben’. ‘Geen wind(eieren)’ met ‘Geen wind mee hebben’.

Makkelijker zou zijn: ‘Dat heeft me gelukkig geen windeieren gelegd.’ Of: ‘Had me dat bíjna windeieren gelegd!’

Geen sinecure, die windeieren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s