Vandalisme

Nog een blogje over brievenbussen.

Als je de nadruk van vandalisme op het wegrennen legt, in plaats van op de daad zelf, is het ineens wel héél duidelijk hoe laf het is.

Derde O&N dat de brievenbus van m’n flatje is opgeblazen.

(On)geduld

Volgens mij is ongeduld de keerzijde van welvaart. Specifieker: van de gewenning alles on demand te kunnen krijgen. Kan dit namelijk een keer niet, verdraag je dit slechter dan wanneer je gewend bent te wachten.

Eerder schreef ik over het ‘brievenbusgevoel’: tot ongeveer mijn twintigste was het vanzelfsprekend dat je maar één keer per dag post kreeg. Zat die brief waar ik met smart* op wachtte er niet bij, had ik geen andere keuze dan te wachten tot de volgende dag. Toen was geduld heel gewoon. Een pluspunt, meen ik. Doorgaan met het lezen van “(On)geduld”

Oorlogsnon-fictie

Rond kerst 2013 las ik Compartimenten van vernietiging (Abram de Swaan). Het was een van mijn eerste correctieklussen – ik las hem absoluut niet voor mijn plezier. Nadat ik het ene na het andere gruwelijke detail uit de Holocaust en uit andere genocides tot me had genomen, zat ik die avond met een knoop in m’n strot naast mijn neefje aan het kerstdiner.

Daarna heb ik, omdat ik net was begonnen met redactiewerk en nog niet de luxepositie had om klussen te weigeren, nog veel meer oorlogsnon-fictie opgepakt. Tot ik in de biografie Kissinger (Niall Ferguson) las over zijn strategie om kernwapens kleinschalig in te zetten. Toen barstte de bom. In m’n kop. Deadline niet gehaald en daarna al mijn opdrachtgevers gezegd dat ik geen oorlogsnon-fictie meer doe. Doorgaan met het lezen van “Oorlogsnon-fictie”

Zeepkist

Enerzijds wil ik je vermaken met mijn blog. Met een rijmpje, een woordgrapje en af en toe een ‘kijk mij eens in m’n blote reet staan’.

Anderzijds gebruik ik mijn blog als zeepkist waarop ik mijn ideeën verkondig over liefde, angst, remmingen en verborgen drijfveren. Daar denk ik veel over na, en door erover te bloggen dwing ik mezelf die gedachten zo scherp mogelijk te verwoorden. Dat verheldert en lucht op.

Vaak schrijf ik dan in de ‘ons’-vorm, terwijl ik natuurlijk alleen namens mijzelf kan spreken. Dit zou ik misschien wat vaker mogen benadrukken om te vermijden dat ik betweterig overkom. Dus bij dezen.

Onrust

De student naast me in de KB kan geen seconde stilzitten. Eén bonk zenuwen.

Zo’n fase heb ik ook gehad. Onrust, denk ik achteraf gezien. Dubbel gelaagde onrust, doordat ik niet wist waar die vandaan kwam. Met zenuwtics (vroeger) en piekeren (later) tot gevolg. Om te ontsnappen aan die onrust verloor ik mezelf vaak in fantasieën. Noem het maar dagdromen.

De jongen pakt om de paar tellen zijn smartphone. Dat geldt trouwens voor de meeste studenten hier. Waar mijn dagdromen nog beperkt werden door mijn voorstellingsvermogen biedt een smartphone een oneindige hoeveelheid afleiding. En niet alleen afleiding, ook ándermans onrust.

Noem het maar vooruitgang.

Stilte (4)

In Praag liep ik een kerkje binnen. Het was er doodstil, op de piep in mijn oren en wat schuifelende echo’s van een paar toeristen na. Ik ging met mijn rug tegen een pilaar staan en liet de stilte indalen. Een minuutje of vijf, hooguit.

Toen ik weer buiten stond leek er wat ruimte te zijn tussen de stadskakofonie en mezelf. Alsof ik omhuld werd door stilte.

Ik slenterde van het ene groene stoplicht naar het volgende, zonder doel, me ervan bewust dat ik mijn gedachten, herinneringen en verwachtingen elk moment zou kunnen toelaten als ik daarvoor koos. Zolang ik dit niet deed, voelde ik me volkomen vredig.

Paradijs

Ik kan me best voorstellen dat onze westerse 24/7-alles-on-demandsamenleving overlapt met het beeld dat velen van een paradijselijk hiernamaals hebben.

En dan kan ik me ook voorstellen dat dit wrijving geeft.