Thriller-stempel

Een thriller is voor mij een verhaal met een spanningsboog en een ontknoping aan het eind. Een verhaal waarin een mysterie, probleem, conflict of dilemma moet worden opgelost; dát wat de protagonist belemmert om zijn doel te bereiken en waar hij of zij de lezer in meesleurt. Een thriller hoeft dus niet per se over lijken te gaan (flauw, maar die móést ik even gebruiken).

Neem bijvoorbeeld De Winterkinderen, van Lulu Taylor. Hierin vormt bedrog, volgend uit een gigantische misstap, het hoofdthema. Er komt geen moord in voor (wel een lijkje), en toch heeft dit boek het thriller-stempel gekregen. Terecht dus, volgens deze definitie. Doorgaan met het lezen van “Thriller-stempel”

Anonimiseren

Wat ik met dit gedichtje wilde zeggen is dat je mensen anonimiseert als je ze bijeenschaart onder ‘zij’. Ook als ánderen zich als groep identificeren wordt het lastiger ze als individuen te zien.

Dit anonimiseren frustreert doordat het je de kans ontneemt de ander te leren kennen. Of op z’n minst in te kunnen schatten. Waarmee ik niet wil beweren dat je met iedereen dikke vrienden kunt zijn, maar je wilt op z’n minst de mogelijkheid hebben om hierachter te komen. Net als bij nieuwe buren. Doorgaan met het lezen van “Anonimiseren”

Oorlogsfictie

Eerder schreef ik waarom ik zo min mogelijk oorlogsboeken lees/redigeer. Non-fictie welteverstaan. Vooral Compartimenten van vernietiging (Abram de Swaan) en Hitlers eerste slachtoffers (Timothy Ryback) maakten een onuitwisbare indruk op me. En met onuitwisbaar bedoel ik dat ik nog steeds bepaalde beelden weg moet drukken op momenten dat ik bijvoorbeeld mijn neefjes en nichtje mijn volle aandacht wil geven.

Wat fictie betreft pak ik vrijwel alles op. Ook oorlogsfictie. Doordat het niet waargebeurd is, kan ik het makkelijker van me af zetten zodra ik het boek (of beter gezegd, mijn laptop) dichtklap. Al zijn de meeste verzonnen verhalen doorspekt met feiten en geschiedenisgetrouwe gruwelijkheden. Doorgaan met het lezen van “Oorlogsfictie”