Was het de koffie, of…

Waardoor het precíés misging op kantoor weet ik nog steeds niet, maar na bijna vijftien jaar ICT-werk lukte het me gewoon niet meer die acht uur op een rij vol te maken. De systeemplafonds kwamen steeds dichterbij en op het laatst had ik het volle weekend nodig om bij te tanken.

Misschien was het het werk zelf. Ik heb aan allerlei complexe projecten meegewerkt waarvoor ik telkens weer een nieuwe tool of taal moest leren. Weer een nieuwe versie. Weer op cursus. Zelden had ik voldoende aan de kennis die ik al bezat. Dat was in elk geval één van de dingen die me tegen gingen staan.

Het begon anderen ook op te vallen dat ik nog maar amper gemotiveerd was en bij mijn laatste functioneringsgesprek heb ik mijn manager eerlijk gezegd dat ik geen idee had wat ik wél zou willen. Einde IT-carrière.

In mijn UWV-periode, waarin ik braaf solliciteerde op IT-functies die me totaal niet interesseerden – waar moest ik anders op solliciteren? – las ik vrijwel de hele dag. Psychologieboeken voor mijn thuisstudie, en heel veel romans en thrillers. In vrijwel alle boeken kwam ik foutjes tegen, en ik begon de correcties naar de uitgevers te mailen. Van één uitgever kreeg ik op en duur zelfs gratis boeken om te controleren; de correcties werden meegenomen in de nieuwe druk.

Pas toen ik een kennis hoorde vertellen over haar artikel dat op dat moment bij een redacteur lag, ging er een lampje branden. Redacteur? Ik vroeg haar naar de details en ineens wist ik wat ik ‘later’ wilde worden. (Ik was inmiddels al ver in de dertig.)

Nog diezelfde week heb ik me aangemeld voor de ‘startersperiode’ van het UWV – dan krijg je een half jaar de tijd om je eigen bedrijf te starten, met behoud van uitkering. Ik heb me zes maanden lang op proefklussen, acquisitie en het bijspijkeren van mijn Nederlands gestort. Vlak voordat deze periode eindigde, viel mijn eerste grote redactieklus op de mat.

Intussen werk ik alweer vijf jaar als freelance redacteur.* Vijf jaar waarin ik elke ochtend (alle zeven!) vol zin opsta om aan de slag te gaan, ondanks alle onzekerheden die met freelancen gemoeid zijn en ondanks dat ik nu minder verdien dan op kantoor (en geen vakantiegeld meer krijg, noch verzekerd ben, noch pensioen opbouw).

De grote vraag is: zou ik dít werk wél op kantoor kunnen doen, in vast dienstverband? Waarschijnlijk niet: redactiewerk wordt bijna altijd uitbesteed aan freelancers; ik maak nu veel langere dagen, maar werk nooit meer dan twee uur achter elkaar; voor mijn werk moet ik mij vollédig kunnen afsluiten; ik ben absoluut geen teamplayer (wat bij dit werk eerder een voordeel is, zie vorige punt); en wanneer ik toch even behoefte heb aan mensen om me heen (ik ben ook weer geen kluizenaar) fiets ik naar een van die koffietentjes vol andere laptoppers. Die cafés zijn op zich al een reden om te gaan freelancen: ik ontmoet er regelmatig nieuwe mensen en drink nu heerlijke cappuccino’s en americano’s, in plaats van dat automatenbocht.

Misschien was dát wel de reden dat ik het niet meer volhield op kantoor…

Maar serieus: mijn carrièreswitch was dus geen bewuste zet, en ik ben me er tevens van bewust dat ik een flinke portie geluk heb gehad. Toch zou ik nu en waarschijnlijk nooit meer iets anders willen doen.

Al kun je me dat het best over vijftien jaar nog eens vragen.

(Ik schreef dit stukje naar aanleiding van een oproep van Anja Zerrouk, van Vitame T.)

 

* Deze maand sta ik exact vijf jaar ingeschreven bij de KvK als ‘Rob Steijger, corrector’, al profileer ik me sinds een jaar als ‘F7, manuscriptredactie’.

5 gedachten over “Was het de koffie, of…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s