King en Coben

Ik ben al jaren groot fan van Harlan Coben. Vooral van zijn standalone thrillers, dus zónder Myron Bolitar als held. Daarin overkomt gewone mensen als jij en ik (al kan ik natuurlijk alleen namens mijzelf spreken, wat dat ‘gewoon’ betreft, en dan nog… enfin) iets onrechtvaardigs, schokkends of onvoorstelbaars. BAM, in één keer hun hele wereld op z’n kop.

Wat Cobens boeken echter briljant maakt, vind ik, is hoe hij de plot doorspekt met spitsvondige en vlotte anekdotes, mijmeringen en dialogen van al even spitsvondige en vlotte personages. Bovendien laat hij nooit zomaar een obese vrouw op leeftijd verkleed als Badgirl op Times Square paraderen om zich te laten fotograferen met toeristen, zónder dat Coben – via zijn protagonist – de psychologie daarachter uit de doeken doet (in Naar huis, toevallig wél uit de serie met Myron Bolitar). Zijn boeken zitten vol eyeopeners en o-zó-inzichten. En het zijn bovendien echte page-turners: ik doe nooit langer dan een week over een Coben, ook niet wanneer ik er eigenlijk geen tijd voor heb.

Via Coben heb ik trouwens, indirect, uitgeverij Boekerij gescoord als opdrachtgever: ik las een vertaalde Coben waarin een paar foutjes stonden. Die mailde ik inclusief correcties naar de uitgever en ruim een jaar later werd ik gevraagd voor mijn eerste redactieklus voor Boekerij – nu een van mijn vaste opdrachtgevers. En HELL ja: ik heb inmiddels twéé Cobens persklaar mogen maken. (Wat neerkomt op het redigeren van de vertaling.)

Een andere droomklus was het persklaar maken van mijn eerste Stephen King. Mijn eerste omdat ik – en dat noemt zich dan een thriller-fan – nog nooit iets van King had gelezen. En zo werd Schone Slaapsters, voor uitgeverij The House of Books (die ik overigens op eenzelfde manier heb ‘gescoord’), mijn eerste King en had ik binnen twee alinea’s in de gaten dat ook deze man briljant schrijft. Of mannen: hij schreef hem samen met zijn zoon, Owen King.

Stephen King munt, naast het neerzetten van een bizar plot, vooral uit in het tot leven brengen van zijn personages. Dit doet hij door ieder personage zijn eigen perspectief te bieden, om-en-om verdeeld over eigen hoofdstukken. Zo lees je niet alleen wat er gebeurt, maar ook wat dit met de verschillende personages doet; iedereen reageert immers op zijn eigen manier op een gebeurtenis, net als in het echt.

Inmiddels ben ik mijn tweede Stephen King persklaar aan het maken, De Buitenstaander, en je raadt nooit welke schrijver in het verhaal opduikt…

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s