Giftig

Aankomende week twee deadlines, waaronder mijn eerste klus voor De Bezige Bij (en pas nu ik dit intyp, zie ik de ironie*). Dus: doorknallen. Geen tijd voor treuzelende toeristen, bekenden, lege banden, volle vaatwassers.

En ook geen tijd voor wespensteken – hoe kwam die motherfucker überhaupt onder mijn overhemd? Ik voelde iets kriebelen, krabde, voelde een steek en nu ligt-ie op de grond van het koffietentje te kronkelen. Moet ik nou iemand vragen het gif eruit te zuigen? Ik kan er zelf niet bij…

Goed, azijn, volgens Oma Weet Raad. Dus ik snel naar de dichtstbijzijnde super, maar het prikt nog steeds. Beter dat ik niet duizelig word, of weet ik veel wat. Niet. Nu!

Gíftig kan ik hier van worden.

 

* Ja, ja, een bij is geen wesp…

 

Egoplatform?

Klopt, ik schrijf hier voornamelijk over mezelf. Maar een blog is toch niets anders dan een publiek dagboek? Een egoplatform? Of zit er meer achter mijn exhibitionisme?

Schrijven kan verhelderen en opluchten. Net als praten. Toch kun je pas écht bij iemand je hart luchten als je precies weet wat je dwarszit, wat niet altijd het eerste is wat in je opkomt. Bovendien speelt het (vermeende) geduld van de luisteraar een rol. Bij mij althans.

Schrijven helpt me mijn woorden goed op een rijtje te zetten, en daarmee mijn gedachten. En het idee dat ‘iedereen’ (al mijn vijftig volgers) meelezen, dwingt me mezelf zo scherp mogelijk te verwoorden.

 

Drogdrogering

Dit stukje wilde ik al talloze keren eerder tikken, maar het is een verwijt, en verwijten lezen niet prettig. Bovendien worden ze in de regel niet gelezen door degenen voor wie het verwijt bedoeld is.

Maar nu bevestigde de krant* waar ik me al jaren zorgen over maakte: koeien zien niet scherp genoeg van dichtbij om plastic en ander afval van gras te kunnen onderscheiden. Op de foto bij het stukje laat een dierenarts een blikje zien dat hij uit de maag van een koe heeft gehaald.

Van dat laatste stond ik te kijken, want mijn zorgen betroffen vooral sigarettenpakjesfolie. Die folie die vrijwel iedere roker op de grond laat vallen alsof het deel uitmaakt van het aanbreken van een nieuw pakje.

De amateurpsycholoog in mij stelt zich zo voor dat je als roker misschien een enkele keer héél even denkt: wacht effe… Maar het folie dan vervolgens tóch laat vallen, omdat je hiermee alle vorige keren dat je dit deed vergoelijkt. En andersom: alle vorige keren vergoelijken dat je het ook nu op de grond laat vallen. Tel daar het feit bij op dat iedereen zijn folie (en andere zooi) op de grond gooit en je hebt genoeg voedingsbodem voor een drogreden: Zó erg kan het niet zijn, want… Precies dezelfde psychologie die verklaart waarom je überhaupt rookt, maar dat terzijde.

Jezelf drogeren met een drogreden. Daar heeft iedereen, ook niet-vervuilers zoals ik, een handje van.

 

* Ik lees geen kranten meer, maar krijg wekelijks een selectie knipsels van mijn moeder.