Zit je te poepen of zo?

Toen ik zojuist iemands blik ving terwijl het – weer eens – gebeurde, vroeg ik me ineens af hoe dat eruit moet zien als ik vlak voordat ik opsta om koffie te halen of naar de wc te gaan nog één keer die mail of LinkedIn-update controleer die ik zojuist heb verzonden, waarbij ik nog even, met waarschijnlijk een geconcentreerde frons, op één bil blijf rusten.

 

Om een praatje verlegen

Dat verlegenheid geen constante is maar een variabele ontdekte ik eind maart, toen ik voor de tweede maal met een groepje collega-freelancers in Utrecht had afgesproken. Ieder vertelde waar hij of zij mee bezig was en toen het mijn beurt was, verstrakte mijn kaakspieren en kon ik nog net ‘Ik moet even naar het toilet’ uitbrengen. Terwijl ik dus geen hoge nood had. Doorgaan met het lezen van “Om een praatje verlegen”

Extreem luid & ongelooflijk dichtbij

Ken je dat, dat iemand je naar je favoriete boek vraagt en je dan ’s avonds denkt: waarom vond ik het ook alweer zo briljant? En dat je het dan openslaat en je voor je het weet ineens tien bladzijden verder bent? Met natte wangen?

Mijn favoriete boek (of elk geval een ervan) is dus Extreem luid & ongelooflijk dichtbij, van Jonathan Safran Foer. En in de week van 11 september en het jaar dat Stephen Hawking overleed, des te meer reden het een derde keer te lezen.

 

 

Zuur

De man die ik na even nadenken herken als het jongetje dat mij vroeger bij ons in de straat azijn met siroop heeft laten drinken door te zeggen dat het limonade is, komt zojuist het café binnen met een gezichtsuitdrukking die ik als niet anders dan ‘zuur’ zou kunnen omschrijven.

 

Schrijfretraite

Ik overweeg een schrijfretraite te organiseren, misschien op een Toscaanse boerderij, of een andere stek waar het lekker nazomeren is. All-in, zwembad, wijnkelder en een chef-kok die driemaal daags met lokale ingrediënten kookt – the works. Met elke dag een uurtje feedback op wat de deelnemers hebben geschreven.

Ja, een uurtje totaal hè.