Moeilijke poëzie

Mijn antipathie (ik schreef eerst apathie) tegen moeilijke – dus niet-rijmende en niet-‘klinkende’ – poëzie werd flink opgestookt toen een ‘veelbelovende’ dichter (haar naam ben ik vergeten ) zo’n twee jaar geleden in de Volkskrant sprak over ‘al die bagger online die voor poëzie moet doorgaan’. Daarboven stond haar gedicht. Een kluwen woorden waarin ik nog geen draadje kon ontwaren, laat staan een rode. Maar ik zal het wel niet helemaal begrepen hebben.

Diezelfde periode redigeerde ik een poëziebundel – nu weet ik beter, maar destijds pakte ik nog alles aan – en bij vrijwel alle gedichten van de beste man twijfelde ik of ik het wel begreep. Toen ik me dit eveneens afvroeg bij twee korte verhalen, in dezelfde bundel, begreep ik ineens waaróm ik zijn gedichten niet begreep: hij kon gewoon niet zo goed schrijven.

Graag had ik ook een kort verhaaltje van mevrouw de veelbelovende dichter gelezen, dus geen gedicht maar iets anekdotisch, zonder poespas. Dan had ik (en niet alleen ik) op basis daarvan kunnen zien hoe ze ‘echt’ schrijft.

Zou dat een idee zijn? Om bij wijze van proeve elke poëziebundel te laten beginnen met een anekdote of kort verhaal? Als je daar al geen touw aan vast kan knopen, weet je genoeg. En omgekeerd: het zou je kunnen motiveren om een moeilijk gedicht een tweede kans te geven. Of een derde.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s