Graag gedaan!

In mijn artikel over persklaar maken, in de mei-editie van Boekblad, staat één zin die ik anders had willen formuleren: De persklaarmaker wordt níét genoemd in het colofon. Want in hetzelfde stuk meld ik dat aan de totstandkoming van een boek van eigen bodem minstens vier redacteuren bijdragen: twee freelancers (de persklaarmaker en de corrector) en minstens twee redacteuren in vaste dienst. Die zouden dan natuurlijk alle vier genoemd mogen worden. Of bedankt in het dankwoord (al worden de vaste redacteuren daarin vaak wel genoemd).

Maar mot dat dan per se, genoemd of bedankt worden?

In het artikel benadruk ik tevens dat freelancen voor een groot deel neerkomt op jezelf etaleren, dus is het niet alleen netjes maar ook núttig om genoemd of bedankt te worden. Daarbij, ik zeg gewoon héél graag: ‘Graag gedaan!’

 

Harlan Coben – alwéér

Dat ik zoveel dweep met thrillerschrijver Harlan Coben komt vooral door hoe hij personages van vlees en bloed op papier weet te zetten. In zijn meest recente thriller, De ontdekking (waar ik al tweemaal eerder over blogde), zit een hoofdstuk dat dit schitterend demonstreert.

Ondanks de ellende waarin hoofdpersoon Simon zich bevindt, weet hij tijd vrij te maken om een van zijn vaste klanten, een weduwe op leeftijd, te bezoeken om de boekhouding door te nemen. Veel werk heeft hij daar niet aan en meestal keuvelen ze vooral aan haar keukentafel waarop al jaren hetzelfde plastic zeiltje ligt. Vanaf zijn vaste plek aan die tafel kijkt hij naar de kalender aan de koelkast en ziet hij dertig vrijwel lege vakjes, behalve die tweede dinsdag van de maand, waarin zoals élke tweede dinsdag ‘Simon!’ staat geschreven. Met uitroepteken.