De grens (Don Winslow)

In de serie boekfragmenten die boekdelen spreken: deze komt uit Don Winslows indrukwekkende De grens (Harper Collins Holland), vertaald door Jolanda te Lindert, door mij persklaar gemaakt, onlangs verschenen. (Check ook deze en deze lovende recensie.)

Als Keller die avond thuiskomt zegt Marisol: ‘Raad eens wie ik vanmiddag tegenkwam? Althea.’ Ze vindt het grappig dat hij totaal verbijsterd lijkt. ‘Ze kwam naar me toe en stelde zich voor. We hebben samen koffie gedronken.’

‘Hebben jullie over mij gepraat?’

‘Wat een ego,’ zegt Marisol. ‘Eerst natuurlijk wel, maar later, en dat geloof je vast niet, vonden we andere gespreksonderwerpen.’

‘Dat geloof ik meteen.’

‘Ik kan wel begrijpen waarom je van haar houdt.’

‘Hield.’

‘Onzin,’ zegt Marisol. ‘Je kunt niet zo lang getrouwd zijn met zo iemand, samen kinderen krijgen en niet meer van haar houden. Ik ben niet jaloers, Arturo. Moet ik soms een hekel aan Althea hebben alleen omdat je met haar getrouwd bent geweest? Neem me niet kwalijk, maar ik vind het geen probleem een cliché te zijn.’

‘Stereotype.’

‘Sorry?’

‘Een cliché,’ zegt Keller, ‘is een banale verbale uitdrukking, maar een stereotype is een…’ Hij zwijgt als hij haar ijskoude blik ziet.

‘Meen je dit? Ga je mijn Engels nu verbeteren?’

‘Nee hoor, echt niet.’

‘Goed zo,’ zegt Marisol.

‘Nou, mocht je haar weer zien _’

‘O, maar dat gebeurt zeker. Jij ook trouwens, ze komt bij ons voor Nochebuena _ kerstavond. O, Arturo, laten we dit jaar Mexicaans kerstfeest vieren. Laten we mensen uitnodigen. We hebben zo veel doden gehad. Het zou goed voor ons zijn om wat leven te hebben.’

‘Natuurlijk, dat is prima, maar…’

‘Wat?’ vraagt ze met een quasi onschuldige blik.

‘Althea. Je had het mij eerst kunnen vragen.’

‘Maar jij zou nee hebben gezegd.’

‘Klopt.’

‘Maar waarom zou je dat doen?’ vroeg Marisol. ‘Ze zou alleen zijn en dat is niet goed. En ik vind haar echt aardig, heel aardig. Ana komt trouwens ook. Je zult een eiland zijn in een oestrogenen-zee.’

‘Geweldig.’

‘Wat doet Hugo?’

‘Dat weet ik niet.’

‘Vraag het hem.’

Keller weet wat ze doet, ook al weet ze het zelf niet. Hij is een solist, tevreden met eenzaamheid, maar Mari is een sociaal wezen. Zij was het gelukkigst te midden van goede vrienden voor wie een nieuw gedicht voldoende aanleiding was voor een feest. Hij is er een paar keer bij geweest: bij het drinken, de verhitte discussies, het zingen, het lachen. Te veel van die vrienden zijn nu dood _ vermoord tijdens de drugsoorlog _ en zij probeert, misschien onbewust, de warmte van die omhelzing, hun armen om haar heen geslagen, haar armen om hen heen geslagen, opnieuw te creëren. Hij weet dat ze eenzaam is in dit koude land, dus zegt hij tegen zichzelf dat hij geen klootzak mag zijn en bezwaar mag maken tegen haar plannen voor de kerst.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.