Menno Wigman

Wie, net als ik, veel poëzie aanstellerige moeilijkdoenerij vindt en na drie keer lezen nog steeds denkt: WTF!? Menno Wigmans Verzamelde gedichten (Prometheus, 2019) wíl je drie keer lezen, minstens – omdat je telkens weer iets nieuws ontdekt.

Stuk voor stuk prachtige briljanten.

 

Improviseren

Ooit liep ik de West Highland Way in Schotland en raakte ik ergens halverwege in vervoering door het gezang van een vogel. Het duurde even voor ik hem gelokaliseerd had tussen de bomen en toen ik zag dat het een roodborstje was, verbaasde me dat: die had ik thuis toch ook weleens horen zingen?

Zojuist zat er een roodborstje op mijn balkon, uit volle bost aan het zingen naar een soortgenoot, die zo te horen een balkon verder zijn of haar serenade beantwoordde. Ongelooflijk hoe rijk hun repertoire is; geen twee keer hetzelfde riedeltje. Alsof ze eindeloos improviseren.

 

Niche

Na een recente miskleun weet ik precies waar mijn niche ligt: ik heb een verhalende tekst nodig om deze goed te kunnen redigeren. Dit hoeft niet per se een fictief verhaal te zijn, ook verhalende non-fictie, zoals een biografie, gaat me prima af. Een niet-verhalende tekst of tekst zonder anekdotes kan ik hooguit taalkundig corrigeren, maar daar beleef ik weinig lol aan, waardoor mijn aandacht verslapt en ik inhoudelijke fouten, tegenstrijdigheden, germanismen et cetera over het hoofd zie. Doorgaan met het lezen van “Niche”