Dus ik naar Keszthely

Volgens de journaliste die in AD Magazine verslag deed van haar treinreis met kroost naar Krakow en die, naar mijn mening, erg veel tijd aan het loket kwijt was om zitplaatsen te reserveren – vaak verplicht, kan ook online, wist ze waarschijnlijk niet –, was Keszthely (Hongarije) als oorspronkelijk einddoel toch iets te ver om per trein te doen, dus toen ik onlangs via Krakau en Lviv naar Boedapest was getreind, wilde ik weleens zien wat er zo bijzonder was aan dit stadje.

Keszthely is een dorpje aan de zuidwestelijke oever van het Balatonmeer, op zo’n twee uur boemelen van Boedapest. Tickets koop je online, op mavcsoport.hu. Dan krijg je een code die je op een van de vele gele ticketmachines op het station kunt intoetsen, waarna je ticket geprint wordt. Op dezelfde manier heb ik de nachttrein van Boedapest naar Berlijn geboekt: kan al vanaf vier tientjes, maar dit keer wilde ik wat meer comfort en was ik 100 euro kwijt – dit was inclusief ontbijt op bed.

Tijdens de rit naar Keszthely voelde ik me, zoals wel vaker, extreem ontspannen. Heeft er vast mee te maken dat in een trein zitten het andere uiterste is van op kantoor zitten, wat ik vijftien lange jaren heb gedaan. Naast me zat een vriendelijke vrouw, tegenover mij een ietwat aan- en opgeschoten jong stel van wie de jongen het gangpad – voor, achter – continu in de gaten hield. Toen de conducteur in zicht kwam, trok hij zijn meisje mee.

Het mooiste moment tijdens de rit was, om maar alvast te bekennen, ook het mooiste moment van die dag. Vanuit het raam had ik plotseling zicht op een uitgestrekte witheid, waar in de verte wat bergtoppen boven uitpiepten: het Balatonmeer, in nevelen gehuld.

Keszthely zelf was wel aardig. Een lange winkelstraat met een kerk en aan het eind het statige (maar weinig feestelijke) Festetics-paleis. Zaterdagmiddag, dus de meeste winkeltjes waren gesloten en doordat het november was, liepen er verder weinig toeristen. Heerlijk stil, dat wel – kon ik m’n gedachten tenminste verstaan.

Op de terugweg naar het station stapte ik een supermarktje binnen voor een snack. Bij het fruitschap probeerde een vrouw een banaan los te trekken van de tros. ‘Goed idee,’ zei ik laconiek. Ze keek me wat geïrriteerd aan, mompelde iets en omdat ik dacht dat het haar niet lukte, bood ik, via het universele oergebaar, aan om de banaan los te trekken. Toen ik die wilde aangeven bleef ze me aankijken, zonder te knipperen, zonder haar hand uit te steken. Bij de kassa aangekomen zag ik de vrouw nog steeds mompelend bij de bananen staan.

Even iets over die banaan. Ik las ooit dat er tot niet zo lang geleden nog een ánder bananenras was, waarvan de bananen veel intenser smaakten, maar dat vrijwel wereldwijd door een schimmel is uitgeroeid. De banaan die ik had gekocht was ánders geel en smaakte veel bananiger dan alle bananen die ik tot nu toe in mijn leven heb gegeten.

Terug op het station stapte ik in een lege trein die volgens het bord over tien minuten richting Boedapest zou vertrekken. Plots werd er van buitenaf op het raam geslagen en keek een spoorwegmedewerker me aan alsof ik een zwerver was die een slaapplek had gevonden. Mijn trein bleek pas een uur later te gaan.

Nog wat geslenterd door diezelfde winkelstraat terwijl het snel donker werd. Een klein miauwend katje bij een boom. Ik aaide hem, om de tijd te doden, al had ik dit anders waarschijnlijk ook wel gedaan.

 

2 gedachten over “Dus ik naar Keszthely

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.