Plunderingen, verkrachtingen en martelingen

De afgelopen weken bevond ik me in het jaar 1000. Eerst op een Vikingschip, in Bjørn Andreas Bull-Hansens Vinland, daarna op Engelse bodem, in Ken Folletts De schemering en de dageraad.

In beide verhalen (ik mocht de vertalingen persklaar maken) keek ik mee over de schouder van een jonge, behendige scheepsbouwer en moest ik mezelf, vanwege alle plunderingen, verkrachtingen en martelingen, er regelmatig aan herinneren dat het fictie betrof. Echter: beide schrijvers hebben behoorlijk research gedaan, wat wel blijkt uit de precieze beschrijvingen van schepen, gebouwen, technieken, religies, wapens – en hoe deze te gebruiken – en zelfs gerechten.

 

Vogels in Ypenburg

Vogels lijken zich soms wel te wíllen laten zien – een zingende rietgors én een blauwborstje boven in dezelfde rietkraag, bijvoorbeeld. Hoefde ik mijn verrekijker niet eens voor mee te nemen.

Zaterdag zag ik een clubje staartmeesjes kwetterend van de ene naar de andere tak vliegen, in het Hertenkamp, en iets verderop zat een roodborstje vanaf een lage tak zo lang naar me te kijken dat het de vraag was wie nou wie bekeek; pas toen ik verder liep begon hij weer te zingen. Doorgaan met het lezen van “Vogels in Ypenburg”

Godverredómme

Klein dorpje, iets hoger gelegen parkeerterrein naast een kerk, ik ben er met een vriend van vroeger. Staat me niet meer bij of we die kerk ook bínnen zijn geweest.

We zijn met de auto. Ik achter het stuur en ik kom verdomme maar niet weg uit dat dorpje. De straatjes zijn te nauw en ik moet constant in mijn spiegels kijken of ik niets raak. Ik begin te godverren en ben me er heel erg van bewust dat ik de klemtoon op de laatste o zet: ‘Godverredómme!’ Ik zeg dit zó vaak dat mijn vriend geërgerd uitstapt. Doorgaan met het lezen van “Godverredómme”

Manuscript-quickscan

/* Commerciële uiting, van mezelf weliswaar, maar toch. */

Toen ik nog nat achter de oren als redacteur begon, redigeerde ik de eerste zoveel woorden voor nop, om zo de auteur te verleiden mij tevens de rest van zijn of haar manuscript onder handen te laten nemen. Inmiddels doe ik het andersom: ik redigeer (en reken) énkel nog de eerste zoveel woorden – 5 pagina’s om precies te zijn. Doorgaan met het lezen van “Manuscript-quickscan”