Take five

Ruim een jaar nadat ik dit stukje schreef, over mijn droom waarin ik een kathedraal binnenloop en daar ontroerd raak door de muziek, maakte ik iets dergelijks mee in het echt.

In een klein dorpje op een klein eilandje aan de Kroatische kust klonken klassieke pianoklanken uit een klein kerkje (talk about ‘alliteratie-artillerie’, maar goed). Ik liep naar binnen, zag dat alle bankjes vol zaten en vond een plekje bij de muur waar ik niemands zicht belemmerde. Na wat Chopin en List gaf de pianist nog een toegift: een schitterde interpretatie van een van mijn favoriete Dave Brubeck-nummers, ‘Take five’.

Aalscholver

Waarom ik geen smartphone gebruik en ook zeker weet dat ik er nooit een ga aanschaffen laat zich misschien wel het best illustreren door de aalscholver die ik zojuist naast het drukke kruispunt zijn gebruikelijke ‘viezemannenpose’ (borst vooruit, vleugels gespreid alsof het de panden van een regenjas zijn) zag aannemen, terwijl alle automobilisten die op groen wachtten – níét alleen de passagiers – naar hun schoot keken.

Plafond

Dat mijn vader, intussen zo’n tien jaar gepensioneerd, zo vaak naar het plafond van zijn huiskamer kijkt, heeft weinig te maken met het feit dat hij zijn leven lang heeft gestukt en vooral met zijn drankinname.