Toeval of…

Van die toevalligheden, zoals dat ik regelmatig symmetrische tijden zie op digitale klokken (19:19, 21:21 et cetera). Of zoals gister: een boot langs de Pletterijkade in Den Haag met de naam Raaf en een straat die de Hamerstraat heet, waar ik nog nooit eerder had gelopen ondanks dat ik al jaren in het centrum van Den Haag kom – wat toevallig is omdat Raaf en Hamer twee personages zijn in de thriller die ik momenteel redigeer.

Ook toevallig: vorig jaar zat ik in een Duitse ICE een scène te redigeren die zich afspeelde in een ICE met dezelfde eindbestemming als die waarin ik zat. Alsof elk moment een van de personages voorbij zou komen rennen, op de hielen gezeten door de bad guys.

Of (en deze spant wat mij betreft de kroon) toen een vriend me enthousiast vertelde over The Immortals, van Chloe Benjamin, en ik zag dat de Nederlandse vertaling bij MeulenhoffBoekerij zou verschijnen, een van mijn opdrachtgevers. Toen ik de bureauredactie mailde met de vraag of ik de vertaling mocht redigeren, bleken ze die nét binnen te hebben. Ik kon direct aan de slag.

Kan allemaal toeval zijn, maar ik zie het graag als bevestiging dat ik met dit vak – na heel wat verkeerde afslagen – eindelijk het juiste pad heb gevonden. Of spoor. Wat verder weinig te maken heeft met die symmetrische tijden, maar als ik ooit 6:66 op mijn wekkerradio zie staan, weet ik dat ik een Stephen King-vertaling kan verwachten.

 

Robbie

Toen de leraar Engels op de Paulus-mavo destijds de klassenlijst afging om te zien wie wie was en ‘Robbie’ zei, vond ik dat vreselijk. Dat ik thuis nog zo werd genoemd was al irritant genoeg; ik had de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs willen gebruiken om voortaan ‘Rob’ te heten, maar omdat mijn moeder alle formulieren invulde…

‘Nou, dat moet denk Rób zijn,’ zei hij, gelukkig, terwijl hij me wat langer bekeek.

Gister haalde ik mijn nichtje van twee op van het kinderdagverblijf. ‘Róbbie!’ riep ze, zodra ze me zag.

 

Vanzelfsprekendheid is een sluipmoordenaar – of nou ja, elk geval een sluipbedwelmer

Wat ik met dit stukje níét wilde zeggen, is dat je alleen gelukkig kunt zijn als je gezond bent, of als het stil is. Of als je geld hebt.

Wat ik wilde benadrukken is dat we vaak niet beseffen hoe rijk we zijn, vanwege de vanzelfsprekendheid die overal in sluipt.

In mijn geval: als ik de kerstdagen op de bank kan doorbrengen, laptop of boek op schoot, zonder rugpijn en hopelijk zónder herrie van boven, dan ben ik volmaakt gelukkig.

En nu wéét ik dat ook.