Geen smartphone omdat…

Zoals ik eerder schreef, ben ik thuis volledig offline. Ik heb ook geen smartphone, om de volgende reden.

Zit ik achter m’n laptop in een koffietentje of in de bieb, ben ik online en werk ik hooguit één uur straight. Daarna snak ik naar een digitale snack en kijk ik even of ik mail heb en hoe mijn laatste LinkedIn-update het doet. Als ik géén mail of reacties heb, ga ik weer verder – zeg een kwartier tot halfuurtje.

Als ik wél een mail of reactie heb, kan ik de verleiding maar heel moeilijk weerstaan daar niet direct op in te gaan. En als het een opdracht betreft, wil ik natuurlijk diréct reageren. Om vervolgens weer een kwartiertje verder te werken.

Tot ik uiteindelijk helemaal uit het verhaal ben dat ik aan het redigeren was, met kans dat ik bijvoorbeeld vertelvorm- of inhoudelijke fouten over het hoofd zie: een onterechte overgang van o.v.t. naar o.t.t., of een personage dat ineens anders heet.

Thuis kan ik dus niet tot online afleiding worden verleid (en stil ik mijn snacktrek met het schrijven van stukjes), maar zou ik een smartphone hebben…

 

Boekencafé (2)

Nogmaals: how’bout een café waar ik ’s avonds mijn laptop kan openklappen tussen andere laptoppers, zoals ik dat overdag in koffietentjes doe. Een café met een lange tafel en een paar luie stoelen en banken, à la Starbucks en de Coffee Company. Een café waar ik in m’n eentje naartoe kan om daar te lezen of nog wat te werken, zónder dat ik als excentriekeling word bekeken (zoals die paar keer dat ik mijn laptop mee naar de kroeg nam). Doorgaan met het lezen van “Boekencafé (2)”

Zit je te poepen of zo?

Toen ik zojuist iemands blik ving terwijl het – weer eens – gebeurde, vroeg ik me ineens af hoe dat eruit moet zien als ik vlak voordat ik opsta om koffie te halen of naar de wc te gaan nog één keer die mail of LinkedIn-update controleer die ik zojuist heb verzonden, waarbij ik nog even, met waarschijnlijk een geconcentreerde frons, op één bil blijf rusten.

 

Om een praatje verlegen

Dat verlegenheid geen constante is maar een variabele ontdekte ik eind maart, toen ik voor de tweede maal met een groepje collega-freelancers in Utrecht had afgesproken. Ieder vertelde waar hij of zij mee bezig was en toen het mijn beurt was, verstrakte mijn kaakspieren en kon ik nog net ‘Ik moet even naar het toilet’ uitbrengen. Terwijl ik dus geen hoge nood had. Doorgaan met het lezen van “Om een praatje verlegen”