Klimaatontkenners

Nadat ik Thich Nhat Hanhs Wat de wereld nodig heeft had gelezen, zo’n tien jaar terug, was ik me ineens een stuk bewuster van hoe alles samenhangt; hoe we deel uitmaken van één wereld en hoe het milieu niet iets is wat buiten ons staat. Hierna kon ik nieuwsberichten over milieurampen en global warming niet meer horen zónder er dagen beroerd van te zijn. Het was of alle nieuws over verontreiniging eveneens mijn gedachten en gemoed verontreinigde. En nog steeds. Doorgaan met het lezen van “Klimaatontkenners”

Netwerkborrel

Op netwerkborrels ben ik altijd blij als ik een bekende tegenkom, of, na één of twee biertjes, een onbekende heb durven aanspreken. Maar als we elkaar al kennen of blijkt dat we niet zo heel veel voor elkaar kunnen betekenen, word ik nieuwsgierig naar de anderen. Dan wil ik het gesprek beëindigen – ‘Leuk je even gesproken te hebben’ – met het risico dat ik daarna weer in m’n uppie sta (wat extra ongemakkelijk is als de ander daarna ook niemand anders krijgt te spreken). Doorgaan met het lezen van “Netwerkborrel”

Beschadigd

Een racist is iemand die op basis van uiterlijke verschillen een ander mens ontmenselijkt. Maar zelfs hij (of zij) zou moeten erkennen dat deze verschillen in het niet vallen als je ziet hoe we allemaal op dezelfde wijze opgroeien, van baby, tot peuter, tot kleuter tot jongetje, meisje; de eerste losse tandjes, armen die ineens een groeispurt krijgen (zoals me gister bij m’n neefje opviel), stemmen die hun hoogste registers verliezen en zinnen die steeds meer blijk geven van een innerlijk, van een mening, van interesse, van vragen. En elk kind heeft dezelfde behoefte aan een warme en veilige omgeving.

Wellicht dat het ontbreken van dit laatste sommigen heeft beschadigd.

 

Moeilijke poëzie

Mijn antipathie (ik schreef eerst apathie) tegen moeilijke – dus niet-rijmende en niet-‘klinkende’ – poëzie werd flink opgestookt toen een ‘veelbelovende’ dichter (haar naam ben ik vergeten ) zo’n twee jaar geleden in de Volkskrant sprak over ‘al die bagger online die voor poëzie moet doorgaan’. Daarboven stond haar gedicht. Een kluwen woorden waarin ik nog geen draadje kon ontwaren, laat staan een rode. Maar ik zal het wel niet helemaal begrepen hebben. Doorgaan met het lezen van “Moeilijke poëzie”

De mooiste dag

Vorige maand redigeerde ik De mooiste dag, van Jamie Weisman, vrijwel spotless vertaald door Anne Jongeling. Een van de fraaiste manuscripten die ik ooit las. Het verhaal beslaat acht hoofdstukken die elk een ander personage beschrijven; personages van wie sommigen elkaar kennen en anderen elkaar voor het eerst zien op de bruiloft van Elizabeth, een wederzijdse vriendin.

In een van deze hoofdstukken staat de volgende alinea, die ik boekdelen vond spreken. Doorgaan met het lezen van “De mooiste dag”

Toeval of…

Van die toevalligheden, zoals dat ik regelmatig symmetrische tijden zie op digitale klokken (19:19, 21:21). Of zoals gister: een boot langs de Pletterijkade met de naam Raaf en een straat die de Hamerstraat heet, waar ik nog nooit eerder had gelopen ondanks dat ik al jaren in het centrum van Den Haag kom – wat toevallig is omdat Raaf en Hamer twee personages zijn in de thriller die ik momenteel redigeer. Doorgaan met het lezen van “Toeval of…”