Don’t know what you’ve got till it’s gone

Geld, gezondheid en stilte. Toen ik het zonder moest doen, merkte ik pas hoe belangrijk ze zijn. Zij het in verschillende mate.

Geld was tót ik ging freelancen min of meer vanzelfsprekend. Tijdens mijn studie kreeg ik een volledige beurs en mijn IT-baan verdiende best leuk, waardoor ik altijd voldoende geld had en niet per se op elke euro (of gulden) hoefde te letten.

Tot ik freelance redacteur werd. De tarieven zijn laag en sommige van mijn opdrachtgevers betalen pas na wéken. De buffer die ik had slonk zienderogen, ook doordat ik niet direct vanaf het begin volop werk had en ik was bovendien niet gewend om zuinig aan te doen.

Inmiddels moet ik wel. Wat ik als voordeel zie, want zodra iets niet meer vanzelfsprekend is, ga je het pas echt waarderen.

Dat geldt natuurlijk des te meer voor gezondheid – merkte ik toen ik deze zomer door m’n rug ging. Lullig genoeg overkwam me dit de dag voor mijn rondreis door Kroatië, waardoor bijvoorbeeld het anker lichten van het bootje dat ik met wat reisgenoten had gehuurd een marteling was. Mijn rugpijn zou overgaan, dat wist ik, en het is ook overgegaan, maar iets niet meer kunnen wat tot dan toe vanzelfsprekend was (waaronder ik overigens niet het lichten van een anker versta; dat was mijn eerste keer, en toegegeven, ik had ook even moeten wachten met uitgooien tot de propeller – heet dat eigenlijk zo? – was gestopt met draaien) was voor mij een louterende ervaring.

Gezondheid is je grootste rijkdom, weet ik nu.

Met stilte op de tweede plaats. Elk geval míjn tweede plaats en élk geval boven geld, want ook zonder geld kan/kon ik genieten van het leven (al is het maar omdat niemand een blik bonen in tomatensaus opwarmt zoals ik dat kan).

Het belang van stilte was me al langer bekend, maar werd me pas goed duidelijk toen mijn nieuwe bovenburen wel erg veel aan het klussen waren. Intussen is het minder, maar bij elke bonk of tik ben ik bang dat er meer volgen. Toegegeven, dit is dus niet alleen de vrees voor daadwerkelijke herrie, maar tevens de vrees zélf die herrie veroorzaakt, in m’n kop.

De stilte van voorheen – thuis, overdag, ’s avonds – was ineens niet meer vanzelfsprekend, waardoor ik merkte hoeveel behoefte ik hieraan heb. Stilte helpt me niet alleen me te concentreren op m’n werk, maar heeft me tevens geholpen tot rust te komen na een veel te lange periode op de verkeerde (kantoor)stoel. Stilte hielp en helpt me om – vergeef me het Hapinez-cliché – dichter bij mezelf te komen. Om te achterhalen wat me drijft en remt.

Stilte is voor mij niet alleen het tegenovergestelde van herrie, maar eveneens van afleiding. Of om het poëtisch te stellen: de ziel is schichtig, en slechts in stilte dorst hij zich te tonen.

Dus ondanks dat ik dit stukje met drie woorden begon, weet ik zonder twijfel welke twee me het meest na aan het hart liggen.

 

 

 

Ho! Wacht effe! En liefde dan?

Tja. Wat je hierboven las, is wat er in één ruk uit m’n vingers kwam (met een kleine correctieslag daarna).

 

Weg succes

Mijn succesjaar-stukje heb ik weer verwijderd. Want om welke redenen ik ook blog, opscheppen en verkapte datingverzoeken behoren daar elk geval niet toe.

De ontdekking

Op LinkedIn deel ik nu en dan de titel van het boek dat ik persklaar heb gemaakt (uitgeversjargon voor redigeren). Dan betreft het ofwel een boek waar ik veel werk aan had, ofwel een boek waarvan ik vind dat iedereen het zou moeten lezen. En soms beide.

Vorige week leverde ik de persklaar gemaakte vertaling in van de nieuwe Harlan Coben, De ontdekking (die wat mij betreft De waarheid zou moeten heten). Een van zijn beste vond ik, en ik deelde hem als volgt op LinkedIn: Doorgaan met het lezen van “De ontdekking”

Cappuccino’s en americano’s

Echt, ik vind het geen probleem wat langer in de rij te staan doordat je een cappuccino bestelt – ik bestel ze zelf ook, zij het niet na twaalven, níét tijdens een lezing en al helemaal niet tijdens een veel te korte pauze – maar mocht je net als ik een kantoorverleden hebben en gewend zijn aan automatenkoffie die alleen te drinken is met ‘melk'(schuim) en suiker: een americano (oftewel zwarte koffie) is in de meeste koffietentjes onvergelijkbaar veel beter dan die machinale kantoordrab. En wat sneller klaar dan een cappuccino.

Dacht ik zeg het effe.

 

 

 

 

Service at the bar

Ik zou er haast een digital nomad voor worden: in buitenlandse steden als Berlijn, Praag, Bratislava en Boedapest stikt het van de cafés waar je ongestoord kunt werken, vanwege het ‘service at the bar’-concept.

Hier in Delft kun je naar mijn weten enkel bij de Coffee Company of de Starbucks op het station je koffie bij de bar bestellen. Cruciaal als ik wil werken, omdat ik dan niet telkens ‘Nee bedankt’ hoef te zeggen, of me verplicht voel nog een koffie te bestellen terwijl ik de vorige nét op heb – in sommige cafés wordt me tijdens mijn laatste slok al gevraagd of ik nog iets had gewenst, dat is zelfs irritant als je níét werkt.

In Den Haag heb ik iets meer keuze. Naast twee Coffee Company’s is er een Coffee Fellows (zeg maar de Duitse Coffee Company, maar dan ‘zeepsop-cappuccino’s’ à la Starbucks) en de Koninklijke Bibliotheek (eigenlijk geen keuze, omdat je geen drinken mee de studeerzaal in mag nemen). Maar nu het kouder wordt en ik wat minder ver wil fietsen, had ik graag wat meer laptopvriendelijke koffietentjes in Delft gezien. En niet alleen koffietentjes: op donkere winteravonden zou ik best af en toe warmpjes tussen andere laptoppers willen kruipen, met een donker biertje binnen handbereik. Om te werken hoor, begrijp me niet verkeerd.

Trouwens, aan alle horeca-ondernemers die dit lezen: als ik ongestoord kan werken, betaal ik graag wat meer voor mijn drankje of snack. Geen probleem, als ik mijn huis heb verkocht.