Appeltaart

‘Wacht even, had ze die appeltaart ál die tijd al in haar handen?’ schreef ik in de kantlijn van een manuscript dat ik onlangs redigeerde. Het was de zoveelste keer binnen een paar pagina’s dat ik struikelde. Zo bleek het personage zich ineens op een feestje te bevinden, terwijl ik tot dan toe dacht dat ze gewoon op bezoek was bij haar zus – zonder taart. Het werd een onbedoelde surpriseparty. Voor mij als redacteur welteverstaan. Doorgaan met het lezen van “Appeltaart”

Janis Joplin

Momenteel maak ik de vertaling van een Janis Joplin-biografie persklaar, en omdat ik haar alleen van naam maar nog niet van muziek kende, kocht ik The Essential Janis Joplin, op cd.

Al voor hoofdstuk 4 van de biografie wordt duidelijk hoe de jonge Janis zocht naar een manier om erkend te worden en dat haar stem hierin een geschenk bleek. ‘Het was een overweldigende stem,’ zei een vriend. ‘Het had geen zin om met Janis mee te zingen als ze op die manier tekeerging.’

Het nummer dat tot nu toe de meeste indruk op me maakte is haar a capella gezongen ‘Mercedes Benz’. Vooral haar bijna verontschuldigende ‘That’s it’, aan het eind, waarop een kort giecheltje volgt.

 

 

Werken-en-reizen

Werken-en-reizen komt er bij mij op neer dat ik, zodra ik in het hostel of hotel heb ingecheckt, direct op zoek ga naar een koffiestek om te kunnen werken. Vaak heb ik al iets gevonden vóórdat ik mijn slaapplek heb bereikt en duik ik vast naar binnen om de sfeer en koffie te proeven. Maar veel belangrijker, om te kijken (1) of er service-at-the-bar is, zodat ik zélf kan bestellen, (2) of er voldoende stopcontacten zijn, (3) of er andere laptoppers zitten, en last but not least (4) of er banken of stoelen staan – aan een tafeltje kan ik eenvoudigweg niet werken. Het gaat me er dus vooral om dat ik ergens kan werken alsof ik een boek aan het lezen ben – wat ik feitelijk ook aan het doen ben, zij het met ‘track changes’. Doorgaan met het lezen van “Werken-en-reizen”

Lichte muziek

Tot mijn twintigste speelde ik elektronisch orgel, met name popsongs en jazz, en had ik les op de muziekschool in Delft. Een keer had ik een vervangende leraar die pop en jazz onder ‘lichte muziek’ schaarde. Hij gaf zelf vooral les in klassieke muziek, en doordat hij niet-klassieke muziek ‘lichte muziek’ noemde, leek hij indirect te zeggen dat alleen klassieke muziek ‘zware’ of ‘echte’ muziek was, of ‘muziek voor mensen die muziek serieus nemen’.

Daar moest ik ineens aan denken toen een recensent weer eens onderscheid maakte tussen ‘literatuur’ en ‘thrillers’.

 

Foutjes

Trouwens, mocht je een foutje tegenkomen, mag je me daar best op attenderen. Trakteer ik op koffie. Dit n.a.v. een foutje in Geleuter. Slechts twee zinnen, I knów, maar ik was blijkbaar toe aan vakantie.

 

 

De offers

Eerder dit jaar voorzag ik met héél veel plezier Jeroen Windmeijers De offers van redactie, voor HarperCollins. Met héél veel plezier omdat het niet alleen een spannend, maar tevens leerzaam verhaal is. Zoals ik destijds dubbel van Dan Browns The Da Vinci Code genoot, zo loopt ook De offers over van de religieuze en historische inzichten – Windmeijer wordt niet voor niets de Hollandsche Dan Brown genoemd.

Het boek is deze week verschenen en hier kun je de eerste hoofdstukken gratis lezen.