Perspectief

Voordat je, als fictie-schrijver, je verhaal gaat opschrijven dien je eerst te bepalen door wiens ogen (dus via welk personage) je de lezer laat meekijken. Wie aanschouwt er en ervaart er en wat vindt hij/zij hier vervolgens van? Oftewel: het perspectief.

In het perspectief schuilt wat mij betreft de kracht van een boek: je kunt de lezer gedachten laten lezen, iets wat in het dagelijks leven niet mogelijk is en waarvoor in films vaak ‘verplichte’ dialogen of een voice-over worden gebruikt. Tevens helpt het perspectief de lezer het personage te leren kennen, doordat je niet alleen beschrijft wat hij zegt en doet, maar tevens wat hij denkt en voelt.

Let wel: je kunt enkel de gedachten en gevoelens van het personage bij wie het perspectief ligt blootgeven.

Voorbeeld, waarin het perspectief bij Frits ligt:

‘Het is nou niet bepaald een boodschappenbriefje,’ zei Frits’ vrouw.

‘Echt, dat briefje was vast niet voor mij bedoeld.’ Het zweet stond inmiddels op zijn voorhoofd.

‘Hoe kwam het dan in jouw jas?’

‘Op de club zijn er vast meer met deze jas, en …’

‘En die ook Frits – pardon, “lieve Frits” heten?’ 

Godsamme, hij had Eloïse nog zo gevraagd hem met rust te laten. Het was een vergissing. Een eenmalige, dronken vergissing. Moest hij nu verdomme op zoek naar een nieuwe voetbalclub? En zou ze hem dan wél met rust laten?

 

Om dezelfde scène vanuit verschillende hoeken te belichten kun je meerdere perspectieven toepassen. Gebruik dan bij voorkeur één perspectief per hoofdstuk of tot aan de volgende witregel.

Wil je meerdere perspectieven afwisselen binnen hetzelfde hoofdstuk? Dan kun je de ‘alwetende verteller’ inzetten. Deze aanschouwt als het ware alles wat er gebeurt, inclusief de gedachten en gevoelens van álle personages. Beperk je dan wel tot één perspectief per alinea (= alle tekst voordat je op <Enter> drukt), zodat het voor de lezer duidelijk blijft door wiens of wier ogen hij meekijkt.

 

Deze, en een hele bups andere schrijftips, vind je vanaf nu op mijn site.

Cappuccino’s na twaalven

/* Aangepast (12/12/17) */

Telkens als ik ná twaalven een cappuccino bestel, denk ik aan de serveerster in die pizzeria aan het Comomeer, die opzichtig geïrriteerd haar hoofd schudde als de zoveelste toerist – het was lunchtijd – een cappuccino bestelde na de pizza. Die vrouw had zich heel wat frustratie kunnen besparen door zich er gewoon bij neer te leggen; en had eind van de dag een stuk meer fooi kunnen hebben.

Zodra anderen afwijken van wat voor ons gebruikelijk is, ontvlammen de irritatieneuronen. Waarom toch? Zijn we dan uiteindelijk toch gewoontedieren? Is die ‘comfortzone’ zo comfortabel dat we ons verzetten tegen alles wat hierbuiten valt? Doorgaan met het lezen van “Cappuccino’s na twaalven”

Pensioen

Die lage redactietarieven maken het best lastig om reserves op te bouwen, laat staan een pensioen. Ik zie al voor me hoe ik later in een of ander tehuis met een laptop (of wat voor apparaat we tegen die tijd ook gebruiken) op schoot in ‘de huiskamer’ zit; fontsize 24, vragend of de tv (of wat voor apparaat we tegen die tijd ook gebruiken) wat zachter mag.

Op zich heb ik vrede met dit vooruitzicht: redactiewerk is low pay, high pleasure. Doorgaan met het lezen van “Pensioen”

Afleiding (2)

De gemiddelde mede-Zelfstandige Zonder Kantoor die ik spreek in een van de koffietentjes waar ik een uurtje per dag zit te werken lijkt daar te komen omdat hij of zij zich thuis niet kan concentreren. ‘Thuis ga ik eerst opruimen/netflixen/gamen,’ hoor ik regelmatig.

Heb ik zelf geen last van. Thuis heb ik totaal geen afleiding – geen Netflix, geen spelcomputer of games op m’n laptop – noch de behoefte mijn huis op te ruimen voor ik aan de slag ga.

Ja oké, er staat een piano… maar waar laat ik dan die stapel wasgoed op het krukje?

 

The purpose?

In de nachttrein naar Berlijn raakte ik aan de praat met mijn coupégenoot en hoe dieper we de nacht in reden, hoe dieper het gesprek werd. Op zijn vraag ‘What do you think is the purpose of things, of live, of everything?’ begon ik wat te sputteren, wat ik wel vaker doe als ik er niet precies bij kan.

Schrijvend kom ik meestal beter uit m’n woorden.

 

Boekencafé

Ik schrijf dit op een zondagavond, thuis op de bank. Diezelfde bank waarop ik heel wat uren per dag doorbreng. Een heerlijke bank, met stevige, rechte rugzitting zodat ik niet in slaap sukkel tijdens het werken, wat me op m’n vorige, een Zweedse Karlanda, regelmatig overkwam. Maar daar gaat het nu niet om…

Het liefst zou ik nu een kroegje in duiken. Niet om te ouwehoeren, maar om te lezen of nog wat te werken. Of om dit stukje af te tikken. Overdag kan ik m’n hart ophalen bij diverse koffietentjes, maar ook ’s avonds zou ik soms nog even willen lezen of laptoppen in gezelschap van andere lezers en laptoppers. En dan met in plaats van een cappuccino zo’n andere schuimende rakker ernaast.

Kan toch in elke kroeg, zou je zeggen, maar ik weet inmiddels dat je bekijks trekt als je daar in je eentje gaat zitten lezen.

Iemand? Tips? Eerste biertje trakteer ik, maar ik neem wel m’n laptop mee 😉