De engel van Venetië, een recensie

Terwijl ik eerdere boeken van David Hewson maar zo-zo vond, vond ik De engel van Venetië ronduit schitterend. Hewson weet op een haast zafónse* wijze de sfeer van Venetië en vooral de spanningen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog tot leven te schilderen. Je waant je in die stad, in die tijd.

Knap hoe Hewson een fraaie twist bewaart voor op het laatst, maar let wel, dit boek is zóveel meer dan een thriller die het enkel van de ontknoping moet hebben: het verhaal weet een lijn te trekken tussen het fascisme van destijds, naar de spanningen en ongelijkheden van vandaag de dag.

Om af te sluiten met de eerste zinnen uit het Dankwoord: “Dit is een fictief verhaal, al is het wel geïnspireerd op gebeurtenissen die volgden op de Duitse bezetting van Venetië in september 1943. Tot dat moment werden de Joden van de stad vervolgd door de Italiaanse fascisten, maar waren er maar weinig gevangengenomen. Vanaf het moment dat de nazi’s de leiding namen werd de onderdrukking echter maar al te echtwerkelijk.”

Deze recensie heb ik tevens gepost op Hebban.

* naar Carlos Ruiz Zafón

Kuipjes

Mijn mail aan McDonald’s Delft-Noord:

Het komt vast – deels – door de lockdown dat Ypenburg haast bestrooid lijkt met McDonald’s-verpakkingen, afkomstig van de McDrive bij afslag Delft-Noord. Klanten kunnen hun maaltijd immers niet in uw restaurant nuttigen en daar dus ook niet hun afval deponeren. Dat uw klanten voornamelijk pubers zijn, zal er eveneens aan bijdragen dat er hier overal McDonald’s-doosjes, -bekers en -kuipjes op straat liggen – of worden gegooid, soms terwíjl ik kijk, zoals gister. Doorgaan met het lezen van “Kuipjes”

Take five

Ruim een jaar nadat ik dit stukje schreef, over mijn droom waarin ik een kathedraal binnenloop en daar ontroerd raak door de muziek, maakte ik iets dergelijks mee in het echt.

In een klein dorpje op een klein eilandje aan de Kroatische kust klonken klassieke pianoklanken uit een klein kerkje (talk about ‘alliteratie-artillerie’). Ik liep naar binnen, zag dat alle bankjes vol zaten en vond een plekje bij de muur waar ik niemands zicht belemmerde. Na wat Chopin en List gaf de pianist nog een toegift: een schitterde interpretatie van een van mijn favoriete Dave Brubeck-nummers, ‘Take five’.

Het kwaad

De passage uit Stephen Kings ‘Als het bloedt’ die mij het meest is bijgebleven, is die waarin een van de personages – Jerome – het kwaad beschrijft.

‘Volgens mij is het een vogel,’ zegt Jerome. ‘Een grote vogel, vaal en kil grijs. Hij vliegt overal en nergens. Hij is Brady Hartsfields hoofd binnengevlogen. En het hoofd van die gast die in Las Vegas al die mensen heeft doodgeschoten. Eric Harris en Dylan Klebold, daar is de vogel ook langs geweest. Hitler. Pol Pot. Hij vliegt hun hoofden in en wanneer het bloedige karwei is geklaard, vliegt hij weer weg. Die vogel zou ik willen vangen.’ Hij balt zijn vuisten en kijkt haar aan en ja, het zijn tranen. ‘Ik zou hem willen vangen en zijn smerige nek willen omdraaien.’