Literatuur


Plots begreep ik waarom ik, ondanks dat ik al bijna tien jaar in de boekenwereld zit, nog nooit het woord ‘literatuur’ of ‘literair’ heb kunnen gebruiken zónder dat de zin begon te haperen. Want wat is dat nou helemaal, literatuur?

Komt-ie: níémand weet het, maar die halo van vaagheid is nodig om ‘literair experts’ – literatoren* – van bestaansrecht te voorzien. Immers, als die vaagheid er niet zou zijn, zouden er ook geen experts nodig zijn. Of beter gezegd: zouden de experts zich wellicht ontheemd voelen in hun ‘rol’ waarin ze bepalen wat al dan niet tot de literatuur behoort.

En in alle bescheidenheid, het spreekt vast boekdelen dat je geen literator hoeft te zijn om mijn werk te beoefenen: schrijvers helpen met het publiceren van zo leeswaardig mogelijke verhalen.

Maar wat is dan ‘leeswaardig’? Dat is uiteindelijk toch écht aan de lezer.

* Eerste keer dat ik dit woord gebruik.

Restaurantrecensies

Restaurantrecensies, ik smúl ervan. Vooral als het matige recensies zijn van restaurants waarvan het buffet vér boven mijn budget ligt. Dan heb ik het voor alle duidelijkheid dus niet over de klanttevredenheidsscores die zelfs aan de loempiakraam op de hoek worden toegekend, maar over professionele recensies, zoals die in de zaterdagbijlage van de krant.

En als ik dan de foto zie naast het betreffende artikel – waarin bijvoorbeeld is te lezen dat de chef-kok uit zijn plaat ging en er spék zat in het vegetarische dessert – stel ik me graag de reactie van het restaurant voor toen de fotograaf zich meldde, daags na die ‘kritische klant’:

‘Foto?’

‘Ja, voor de recensie die aankomende zaterdag in de Volkskrant Magazine staat.’



Plaaggeesten

Bij plaaggeesten denk ik allang niet meer aan Bassie & Adriaan, waarin de Plaaggeest ­– zonder tekst, immer lachend met plastic bolle wangen ­– werd gespeeld door diezelfde acteur die Hugo speelde in De Poppenkraam. Want vlak voor de wereld op slot ging, werd ik voor de zoveelste keer geplaagd terwijl ik nét een leuke vrouw leerde kennen.

Ik was in Lviv, Oekraïne, waar ik op een doordeweekse avond op pad ging met Sally Rooney in m’n kontzak. Aan een pleintje met in het midden een kastanjeboom vol peertjes vond ik een vrijwel lege kroeg met achter de bar een schoolbord waarop alle bieren stonden gekrijt. Terwijl ik het bord bestudeerde (zoekend naar een porter of stout tussen alle IPA’s), merkte ik dat de jongedame op de kruk naast me naar me keek.

‘Hi.’

‘Hi.’

Doorgaan met het lezen van “Plaaggeesten”

Kuipjes

Mijn mail aan McDonald’s Delft-Noord:

Het komt vast – deels – door de lockdown dat Ypenburg haast bestrooid lijkt met McDonald’s-verpakkingen, afkomstig van de McDrive bij afslag Delft-Noord. Klanten kunnen hun maaltijd immers niet in uw restaurant nuttigen en daar dus ook niet hun afval deponeren. Dat uw klanten voornamelijk pubers zijn, zal er eveneens aan bijdragen dat er hier overal McDonald’s-doosjes, -bekers en -kuipjes op straat liggen – of worden gegooid, soms terwíjl ik kijk, zoals gister. Doorgaan met het lezen van “Kuipjes”

Take five

Ruim een jaar nadat ik dit stukje schreef, over mijn droom waarin ik een kathedraal binnenloop en daar ontroerd raak door de muziek, maakte ik iets dergelijks mee in het echt.

In een klein dorpje op een klein eilandje aan de Kroatische kust klonken klassieke pianoklanken uit een klein kerkje (talk about ‘alliteratie-artillerie’). Ik liep naar binnen, zag dat alle bankjes vol zaten en vond een plekje bij de muur waar ik niemands zicht belemmerde. Na wat Chopin en List gaf de pianist nog een toegift: een schitterde interpretatie van een van mijn favoriete Dave Brubeck-nummers, ‘Take five’.

Het kwaad

De passage uit Stephen Kings ‘Als het bloedt’ die mij het meest is bijgebleven, is die waarin een van de personages – Jerome – het kwaad beschrijft.

‘Volgens mij is het een vogel,’ zegt Jerome. ‘Een grote vogel, vaal en kil grijs. Hij vliegt overal en nergens. Hij is Brady Hartsfields hoofd binnengevlogen. En het hoofd van die gast die in Las Vegas al die mensen heeft doodgeschoten. Eric Harris en Dylan Klebold, daar is de vogel ook langs geweest. Hitler. Pol Pot. Hij vliegt hun hoofden in en wanneer het bloedige karwei is geklaard, vliegt hij weer weg. Die vogel zou ik willen vangen.’ Hij balt zijn vuisten en kijkt haar aan en ja, het zijn tranen. ‘Ik zou hem willen vangen en zijn smerige nek willen omdraaien.’