Complexcomplex

In m’n tienerjaren produceerde ik de ene na de andere dance- en ambienttrack, op mijn Amiga-computer met slechts vier geluidskanalen. Die audio-beperking maakte me op de een of andere manier productief, en creatief. Later, toen ik mijn eerste pc kocht en overging op complexe sequencers waarin je honderden instrumenten op elkaar kon stapelen waarop je honderdduizenden effecten los kon laten, heb ik nooit meer een track afgemaakt.

Eind jaren negentig schreef ik een game voor de Gameboy Color, een spelcomputer die maar zoveel kleuren, pixels en ‘sprites’ tegelijk op het scherm kon toveren. Die beperkingen maakten het voor mij behapbaar. Goed, verder dan een poppetje dat van het ene naar het andere platform kon springen – inclusief zwaartekrachtversnelling, dat wel – ben ik niet gekomen, maar ik heb daarna nooit meer zo veel plezier gehad in programmeren. Heel wat anders dan al die complexe IT-projecten met Oracle, XML en Java en shit die ik daarna voor m’n kiezen kreeg.

Aan m’n huidige werk als redacteur is werkelijk niets complex; ik hoef énkel m’n hoofd erbij te houden. De taalregels krijgen niet elk (half)jaar een update, zoals programmeertalen, en om deze regels toe te passen hoef je, laten we eerlijk zijn, niet gestudeerd te hebben. Complexer dan het uitzoeken hoe ik in Word een ander font voor mijn commentaren krijg, wordt het niet. Heerlijk.

Pas nu ik dit stukje voor de tweede keer nalees, vraag ik me ineens af of mijn ‘complexcomplex’ ermee te maken heeft dat ik liever single blijf…

 

Graag gedaan!

In mijn artikel over persklaar maken, in de mei-editie van Boekblad, staat één zin die ik anders had willen formuleren: De persklaarmaker wordt níét genoemd in het colofon. Want in hetzelfde stuk meld ik dat aan de totstandkoming van een boek van eigen bodem minstens vier redacteuren bijdragen: twee freelancers (de persklaarmaker en de corrector) en minstens twee redacteuren in vaste dienst. Die zouden dan natuurlijk alle vier genoemd mogen worden. Of bedankt in het dankwoord (al worden de vaste redacteuren daarin vaak wel genoemd).

Maar mot dat dan per se, genoemd of bedankt worden?

In het artikel benadruk ik tevens dat freelancen voor een groot deel neerkomt op jezelf etaleren, dus is het niet alleen netjes maar ook núttig om genoemd of bedankt te worden. Daarbij, ik zeg gewoon héél graag: ‘Graag gedaan!’