Redigeertip – bredere kantlijnmarges

Door bredere kantlijnmarges te gebruiken krijg je kortere regels en kun je je makkelijker focussen tijdens het redigeren. Plus: doordat de regels korter worden, worden ze nu op een andere plek afgebroken waardoor eventuele dubbele of missende woorden opvallen; zeg maar hetzelfde effect als van lettertype of -grootte wisselen (of van lezer).

In Word: Pagina-indeling / Marges: Breed (of een andere instelling)

Doordat dit niet als ‘wijziging’ wordt gezien hoef je track changes niet tijdelijk uit te zetten.

 

Koffie: smeerolie voor je verhaal

Clive Cusslers personages krijgen regelmatig een mok hete koffie aangereikt, om even bij te komen of bij te praten bijvoorbeeld. Ook in andere fictieboeken begon me op te vallen hoe vaak er tijd wordt uitgetrokken voor koffie.

Schrijvers serveren, al dan niet bewust, om meerdere redenen koffie (of andere drank, maar opvallend vaak koffie), onder meer als show-don’t-tell-methode.
Doorgaan met het lezen van “Koffie: smeerolie voor je verhaal”

De kwestie hen/hun

‘Dan moet je bij hun zijn’ en ‘Als het aan hun ligt’ klinken prima. Ik zeg het ook altijd zo, maar ik schríjf het met hen. Er mag namelijk geen voorzetsel voor ‘hun’, tenzij het bezittelijk wordt gebruikt (‘in hun auto’), en daarbij: hen-hun.

Schrijftaal en spreektaal lijken zich bij mij in verschillende hersenkwabben te bevinden. Of misschien zeg ik gewoon ‘hun’ omdat ik dit al m’n hele leven zeg; zo heb ik het thuis meekregen. Of ‘Als het aan hen ligt’ klinkt me gewoon te deftig, zou ook kennen.

Niet dat me dat geen windeieren heeft gelegd

‘Dat heeft me geen windeieren gelegd’: ik blijf erover struikelen. Vooral door dat venijnige ‘geen’. Dus, voor eens en voor altijd en vooral voor mezelf:

‘Dat heeft me geen windeieren gelegd’, maar wel eieren waar ik wél iets aan heb. Windeieren hebben namelijk geen kalkschaal, dus die wil je niet. ‘Tochteieren’ zou een betere omschrijving zijn; dan zie ik een kuikentje voor me dat kouvat. ‘Wind’ associeer ik bovendien met ‘Wind mee hebben’. ‘Geen wind(eieren)’ met ‘Geen wind mee hebben’.

Makkelijker zou zijn: ‘Dat heeft me gelukkig geen windeieren gelegd.’ Of: ‘Had me dat bíjna windeieren gelegd!’

Geen sinecure, die windeieren.