Boekencafé

Ik schrijf dit op een zondagavond, thuis op de bank. Diezelfde bank waarop ik meerdere uren per dag doorbreng. Een heerlijke bank, met rechte rugzitting zodat ik niet in slaap kan sukkelen tijdens het werken/lezen, wat me op m’n vorige, een Zweedse Karlanda, regelmatig overkwam. Maar daar gaat het nu even niet om.

Het liefst zou ik nu een kroegje in duiken. Niet om te ouwehoeren, maar om te lezen. Of om dit stukje af te tikken. Overdag kan ik m’n hart ophalen bij diverse koffietentjes, maar ’s avonds zou ik soms ook nog even willen lezen of laptoppen in gezelschap van andere lezers en laptoppers. En dan met in plaats van een cappuccino zo’n andere schuimende rakker ernaast. Kan toch in elke kroeg, zou je zeggen, maar ik weet inmiddels dat je bekijks trekt als je daar in je eentje gaat zitten lezen.

Eigenlijk kan ik me niet voorstellen dat ik de enige ben die hier af en toe behoefte aan heeft…

 

 

Was het de koffie, of…

Waardoor het precíés misging op kantoor weet ik nog steeds niet, maar na bijna vijftien jaar ICT-werk lukte het me gewoon niet meer die acht uur op een rij vol te maken. De systeemplafonds kwamen steeds dichterbij en op het laatst had ik het volle weekend nodig om bij te tanken.

Misschien was het het werk zelf. Ik heb aan allerlei complexe projecten meegewerkt waarvoor ik telkens weer een nieuwe tool of taal moest leren. Weer een nieuwe versie. Weer op cursus. Zelden had ik voldoende aan de kennis die ik al bezat. Dat was in elk geval één van de dingen die me tegen gingen staan. Lees verder

ZZK-vriendelijke cafés (3)

Nu er zoveel koffietentjes en restaurantjes zijn waar je aan de bar of toonbank kunt bestellen, besef ik pas hoe klaar ik ben met bediening aan tafel. Niet alleen omdat ik graag een uurtje ongestoord wil kunnen werken achter m’n laptop, of kletsen, maar het is dat hele rollenpatroon waar ik me ongemakkelijk bij voel: het heeft iets onderdanigs, doordat de ober of serveerster staat terwijl ik blijf zitten. Als hij of zij het dagmenu oplepelt, zíé ik mezelf kijken en voel ik me met de seconde ongemakkelijker. Lees verder

Puttertjes

Hierom heb ik dus geen smartphone, en zal ik ook niet zo snel op een e-bike stappen. Net fietste ik naar de bibliotheek (waar ik overigens wel mijn laptop openklap in plaats van een boek) en zag ik onderweg twee puttertjes rondscharrelen op de grond.

Ik keerde om om er nog een keer langs te fietsen. Ze vlogen op en belandden beide op een lage tak van een jong boompje waardoor ik, terwijl ik erlangs fietste, van heel dichtbij hun bonte rood-wit-zwarte koppies tussen de witte bloesem zag.

Dit had ik anders vast gemist.

(En nee, ik heb er geen foto van gemaakt.)

Dark Matter

Nog een must-read: Dark Matter, van Blake Crouch (vorig jaar verschenen bij Karakter Uitgevers). Het boek – zwart, inclusief alle vier de zijkanten! – gaat de laatste weken als een lopend vuurtje door mijn vriendenkring.

Het is een spannende sci-fi-achtige thriller die draait om de vraag: wat als? Wat als je niet voor haar had gekozen? Wat als je wel die droom had gevolgd? Wat als je liefde níét wederzijds zou zijn?

Drie must-reads

Eerder dit jaar deed ik de redactie voor drie titels die onlangs zijn verschenen en die ik je van harte kan aanraden: In de voorste linie (Michael Grant), Bij zonsondergang (Nora Roberts) en Sirenen (Joseph Knox), respectievelijk een Young Adult (al zitten er behoorlijk gruwelijke scènes in), een romantische/erotische ‘feelgood-thriller’, en een van de schimmigste thrillers die ik ooit las.

In twee eerdere blogposts schreef ik al over de titels van Grant en Roberts. En Knox’ boek sluit een-op-een aan op de post waarin ik mijn ‘motieven’ voor het lezen van thrillers uit de doeken doe: zijn verhaal doet onder andere een flink beroep op je ‘interne ramptoerist’.

Zo, kun je even vooruit met dit herfstweer.

Thriller-stempel

Een thriller is voor mij een verhaal met een spanningsboog en een ontknoping aan het eind. Een verhaal waarin een mysterie, probleem, conflict of dilemma moet worden opgelost; dát wat de protagonist belemmert om zijn doel te bereiken en waar hij of zij de lezer in meesleurt. Een thriller hoeft dus niet per se over lijken te gaan (flauw, maar die móést ik even gebruiken).

Neem bijvoorbeeld De Winterkinderen, van Lulu Taylor. Hierin vormt bedrog, volgend uit een gigantische misstap, het hoofdthema. Er komt geen moord in voor (wel een lijkje), en toch heeft dit boek het thriller-stempel gekregen. Terecht dus, volgens deze definitie. Lees verder

Oorlogsfictie

Eerder schreef ik waarom ik zo min mogelijk oorlogsboeken lees/redigeer. Non-fictie welteverstaan. Vooral Compartimenten van vernietiging (Abram de Swaan) en Hitlers eerste slachtoffers (Timothy Ryback) maakten een onuitwisbare indruk op me. En met onuitwisbaar bedoel ik dat ik nog steeds bepaalde beelden weg moet drukken op momenten dat ik bijvoorbeeld mijn neefjes en nichtje mijn volle aandacht wil geven.

Wat fictie betreft pak ik vrijwel alles op. Ook oorlogsfictie. Doordat het niet waargebeurd is, kan ik het makkelijker van me af zetten zodra ik het boek (of beter gezegd, mijn laptop) dichtklap. Al zijn de meeste verzonnen verhalen doorspekt met feiten en geschiedenisgetrouwe gruwelijkheden. Lees verder