Gefrustreerd

Het viel me ineens op hoeveel scènes in manuscripten uitlopen op een anticlimax. Wordt er volop geflirt en zindert de lucht van de seksuele spanning, eindigt de scène met een kus op de wang en: ‘Ik ga maar weer eens op huis aan.’

Kom óp! Het is fíctie: zelfs al zou je in het echt ‘op huis aan gaan’, schrijf dan hoe het had kúnnen lopen!

Soms wil ik mezelf juist even niet herkennen in de protagonist.

Oorlogsfictie

Eerder schreef ik waarom ik zo min mogelijk oorlogsboeken lees/redigeer. Non-fictie welteverstaan. Vooral Compartimenten van vernietiging (Abram de Swaan) en Hitlers eerste slachtoffers (Timothy Ryback) maakten een onuitwisbare indruk op me. En met onuitwisbaar bedoel ik dat ik nog steeds bepaalde beelden weg moet drukken op momenten dat ik bijvoorbeeld mijn neefjes en nichtje mijn volle aandacht wil geven.

Wat fictie betreft pak ik vrijwel alles op. Ook oorlogsfictie. Doordat het niet waargebeurd is, kan ik het makkelijker van me af zetten zodra ik het boek (of beter gezegd, mijn laptop) dichtklap. Al zijn de meeste verzonnen verhalen doorspekt met feiten en geschiedenisgetrouwe gruwelijkheden. Doorgaan met het lezen van “Oorlogsfictie”

Koffie: smeerolie voor je verhaal

Clive Cusslers personages krijgen regelmatig een mok hete koffie aangereikt, om even bij te komen of bij te praten bijvoorbeeld. Ook in andere fictieboeken begon me op te vallen hoe vaak er tijd wordt uitgetrokken voor koffie.

Schrijvers serveren, al dan niet bewust, om meerdere redenen koffie (of andere drank, maar opvallend vaak koffie), onder meer als show-don’t-tell-methode.
Doorgaan met het lezen van “Koffie: smeerolie voor je verhaal”

Harlan Coben

Gisteravond las ik De verbeelding uit, van Harlan Coben. Briljant, zoals altijd. In het dankwoord las ik dat Coben de donateurs van een goed doel (welke laat hij niet weten) beloont door personages in zijn volgende boek naar hen te vernoemen. Mooi gebaar! En een goede stok achter de deur om te blijven schrijven natuurlijk.

Dat blijkt wel: in oktober verschijnt er nóg een Coben. En één keer raden wie de vertaling persklaar mag maken!

‘Fictie’

Stel, je wilt je verhaal opschrijven. En het liefst ook uitgeven; via een uitgever of als dit niet lukt in eigen beheer. Maar je twijfelt nog omdat het heel persoonlijk is. Of kwetsend voor je naasten.

Oplossing: schrijf het als ‘fictie’. Verander de namen en meld dat alle eventuele overeenkomsten met bestaande personen op toeval berusten. Maak van een man een vrouw, vervang locaties et cetera. Zo voorkom je dat je niet meer welkom bent in het dorp waar je vandaan komt (zoals Dimitri Verhulst na het schrijven van De helaasheid der dingen). Breng het eventueel uit onder een pseudoniem. Doorgaan met het lezen van “‘Fictie’”