Sjans (2)

Dus, want… hoe zit het nou

Je kijkt naar mij

en ik net zo hard naar jou

Kan blijven kijken, maar zou liever willen weten

hoe je heet, wat je ’t liefst eet

of je met mij de koude nacht zou willen bezweten

 

Je mondhoeken lonken

je ogen pronken

Ik hoop dat je ziet dat je me verleidt

of, ik zie dat je hoopt dat ik…

Afgeleid

De glans om je vinger ving mijn blik

Maak ik überhaupt een kans?

Hartje

Helemaal in de wolken

M’n barista heeft me haar hartje geschonken

Slokje  voor  slokje…  zonder  het  te  breken

Wat ik stilletjes hoopte, eindelijk geble…

De vlinders vervliegen terstond

Zie hetzelfde hartje aan

íédere mond

Sorry

(In een koffietentje in Istanbul.)

Ze zei nee. Iets met ‘guests coming over later’, met een verontschuldigende blik in haar diep donkere fonkelende ogen – die me al een paar keer hadden aangekeken en waarin ik elke keer, heel eventjes, hélemaal verdwaalde. ‘Sorry.’

‘It’s OK,’ zeg ik, en probeer het ook echt te menen.

Via Google Translate had ik haar in het Turks laten weten dat ze best nee mocht zeggen, maar dat ik er spijt van zou krijgen als ik het niet zou vragen. Was dit te vrijblijvend? Of heeft Google er iets heel anders van gemaakt? Ze keek best wel lang op m’n scherm voordat ze antwoordde, en zoveel had ik niet geschreven…

Ik hoef straks in elk geval niet met dat knagende gevoel vanbinnen de straat op omdat ik het – weer eens – niet gevraagd heb. En ik heb Besha (als ik het goed verstaan heb; nog los van hoe je het schrijft) een complimentje rijker gemaakt. Win-win, maar toch een beetje verloren.

Sjans

 

Dacht dat ik sjans had, heus

Trok

nadat ik m’n cappuccino had gedronken

zij mij na elke slok een glimlach had geschonken

de stoute schoenen aan

en vroeg haar naar haar naam

Ze antwoordde niet mis te verstaan

‘Sorry, dat gaat je niets aan…

En veeg eens dat schuim van je neus!’

 

Versgeperste jus

Haar ogen zijn geelgroen, bijna fluorescerend. Ze liep zojuist voor de vierde keer voorbij; dit keer met een versgeperste jus (dat moet je er immers altijd bij vermelden), en onze ogen vonden elkaar – weer. Ze nam net een slok door haar rietje toen ze terugkeek. Ik had zo lang mogelijk gewacht met opkijken vanaf mijn laptopscherm.

Ze is mooi, heeft een lichte tint, lange bruine haren en zodra ze me aankijkt voel ik een kleine stroomstoot; als schrikdraad, om verboden terrein. Haar blik is ernstig, misschien als automatisch verdedigingsmechanisme: ik ben vast niet de enige die haar mooi vindt. Toch keken we elkaar nu al vier keer aan, zit ze vlak achter mij – waardoor ik me kan inbeelden dat ze mij al vaker heeft bekeken – en gaf ik haar toen ze net voorbijliep een glimlachje, waarna haar blik ietsje zachter werd. Ietsje.

Haar versgeperste jus was vast een beetje zuur.