Niche

Na een recente miskleun weet ik precies waar mijn niche ligt: ik heb een verhalende tekst nodig om deze goed te kunnen redigeren. Dit hoeft niet per se een fictief verhaal te zijn, ook verhalende non-fictie, zoals een biografie, gaat me prima af. Een niet-verhalende tekst of tekst zonder anekdotes kan ik hooguit taalkundig corrigeren, maar daar beleef ik weinig lol aan, waardoor mijn aandacht verslapt en ik inhoudelijke fouten, tegenstrijdigheden, germanismen et cetera over het hoofd zie. Doorgaan met het lezen van “Niche”

Graag gedaan!

In mijn artikel over persklaar maken, in de mei-editie van Boekblad, staat één zin die ik anders had willen formuleren: De persklaarmaker wordt níét genoemd in het colofon. Want in hetzelfde stuk meld ik dat aan de totstandkoming van een boek van eigen bodem minstens vier redacteuren bijdragen: twee freelancers (de persklaarmaker en de corrector) en minstens twee redacteuren in vaste dienst. Die zouden dan natuurlijk alle vier genoemd mogen worden. Of bedankt in het dankwoord (al worden de vaste redacteuren daarin vaak wel genoemd).

Maar mot dat dan per se, genoemd of bedankt worden?

In het artikel benadruk ik tevens dat freelancen voor een groot deel neerkomt op jezelf etaleren, dus is het niet alleen netjes maar ook núttig om genoemd of bedankt te worden. Daarbij, ik zeg gewoon héél graag: ‘Graag gedaan!’

 

Persklaar maken

‘Het doel van persklaar maken is om van een manuscript vlot lopend Nederlands te maken,’ aldus de huisregels van een van de uitgevers die mij inschakelen als persklaarmaker. Diezelfde huisregels vermelden echter dat de schrijfstijl van de schrijver of vertaler intact dient te blijven. Daarnaast heeft elke uitgever zijn eigen voorkeur voor ‘weleens’ of ‘wel eens’, ‘u hebt’ of ‘u heeft’, voor één of twee accenten op ‘óé’ en ‘íé’ en voor ‘T-shirt’ met een hoofdletter T of een t in klein kapitaal. Doorgaan met het lezen van “Persklaar maken”

Books ’n Beers

How’bout een café waar ik ’s avonds mijn boek of laptop kan openklappen tussen andere lezers en laptoppers. Een café met een lange tafel en – vooral – luie stoelen en banken, à la Starbucks en de Coffee Company, met service-at-the-bar (en liefst zónder ‘TOSTI’s!’). Een café waar ik in m’n eentje naartoe kan om daar te lezen of nog wat te werken, zónder dat ik als excentriekeling word bekeken (zoals die paar keer dat ik mijn laptop mee naar de kroeg nam, in Delft). Doorgaan met het lezen van “Books ’n Beers”

Om een praatje verlegen

Dat verlegenheid geen constante is maar een variabele ontdekte ik eind maart, toen ik voor de tweede maal met een groepje collega-freelancers in Utrecht had afgesproken. Ieder vertelde waar hij of zij mee bezig was en toen het mijn beurt was, verstrakte mijn kaakspieren en kon ik nog net ‘Ik moet even naar het toilet’ uitbrengen. Terwijl ik dus geen hoge nood had. Doorgaan met het lezen van “Om een praatje verlegen”