Starbucks

Er wordt weleens geklaagd over al die Starbucks-vestigingen. Oké, de gemiddelde winkelstraat in Boekarest is bijna niet meer te onderscheiden van die in Berlijn of Madrid (waar de Mc, H&M, King en KFC eveneens debet aan zijn), maar eerlijk gezegd ben ik maar wát blij met Starbucks als ik rondreis: kan ik tenminste even op adem komen in een luie stoel, zónder iets te hoeven bestellen; na die ene ‘large’ (de kleinste) filterkoffie dan. Die je trouwens kunt laten refillen – waar ik ook écht gebruik van zou maken als hun koffie wat beter te zuipen was.

 

Boekencafé

Ik schrijf dit op een zondagavond, thuis op de bank. Diezelfde bank waarop ik meerdere uren per dag doorbreng. Een heerlijke bank, met rechte rugzitting zodat ik niet in slaap kan sukkelen tijdens het werken/lezen, wat me op m’n vorige, een Zweedse Karlanda, regelmatig overkwam. Maar daar gaat het nu even niet om.

Het liefst zou ik nu een kroegje in duiken. Niet om te ouwehoeren, maar om te lezen. Of om dit stukje af te tikken. Overdag kan ik m’n hart ophalen bij diverse koffietentjes, maar ’s avonds zou ik soms ook nog even willen lezen of laptoppen in gezelschap van andere lezers en laptoppers. En dan met in plaats van een cappuccino zo’n andere schuimende rakker ernaast. Kan toch in elke kroeg, zou je zeggen, maar ik weet inmiddels dat je bekijks trekt als je daar in je eentje gaat zitten lezen.

Eigenlijk kan ik me niet voorstellen dat ik de enige ben die hier af en toe behoefte aan heeft…

 

 

ZZK-vriendelijke cafés (3)

Nu er zoveel koffietentjes en restaurantjes zijn waar je aan de bar of toonbank kunt bestellen, besef ik pas hoe klaar ik ben met bediening aan tafel. Niet alleen omdat ik graag een uurtje ongestoord wil kunnen werken achter m’n laptop, of kletsen, maar het is dat hele rollenpatroon waar ik me ongemakkelijk bij voel: het heeft iets onderdanigs, doordat de ober of serveerster staat terwijl ik blijf zitten. Als hij of zij het dagmenu oplepelt, zíé ik mezelf kijken en voel ik me met de seconde ongemakkelijker. Lees verder

Zoals mijn laptop thuis tikt…

Dat digitale-nomadebestaan heeft zeker zijn voordelen – vrijheid, elke dag andere ‘collega’s’, goeie koffie, work and travel – maar toch verzet ik nergens zoveel werk als thuis.

Redactiewerk komt, wat mij betreft, vooral neer op concentratie. En om me goed te kunnen concentreren, dien ik me vollédig af te sluiten van mijn omgeving. In het gemiddelde koffietentje lukt me dat… hooguit redelijk, afhankelijk van hoeveel tosti’s er besteld worden (‘Tosti ham-káás!’), hoeveel jonge gasten elkaar begroeten (‘Hé man!’ – pats, plof, klap, tik, slep, smak), hoeveel flexwerkers zitten te bellen (‘Nee, in een kóffietentje!’) en hoeveel knappe studentes er aan dezelfde tafel zitten. Lees verder

ZZK-vriendelijke cafés (2)

Als ZZK’er (Zelfstandige Zonder Kantoor) zit ik het liefst in koffietentjes waar ik door de bediening met rust word gelaten. Niet omdat ik schuw ben (valt best mee), of krenterig, maar omdat ik me wil concentreren. Dat lukt niet als ik telkens moet bestellen of bedanken.

Let wel: ik ben niet de ‘digital nomad’ die een volle dag in een koffietentje zit omdat hij thuis te veel afleiding heeft – strijkgoed, Netflix, internetporno. Integendeel. Thuis kan ik me, in totale afzondering (op dat strijkgoed na), het best concentreren. Maar zo’n twee à drie uurtjes per dag kom ik graag even onder de mensen. Om te werken én te ‘netwerken’. Lees verder

Koffie-boeken-wificafés

Hier in Bratislava plons je als digital nomad in een warm bad. Vooral als je iets met boeken doet, zoals ik. In meerdere cafés staan boekenkasten tussen de tafels en loungebanken, en in één café is zelfs een boekhandel gevestigd. Of andersom; de serveersters en boekverkopers lopen er kriskras door elkaar.

Boeken, wifi (vanzelfsprekend), andere nomads achter hun laptop, goeie koffie, lokale biertjes en ik kan hier zelf aangeven wanneer ik wil bestellen; dat ‘werkt’ een stuk relaxter.

Morgen ga ik maar eens sightseeën. Misschien vind ik nóg een koffie-boeken-wificafeetje.

Koffie: smeerolie voor je verhaal

Clive Cusslers personages krijgen regelmatig een mok hete koffie aangereikt, om even bij te komen of bij te praten bijvoorbeeld. Ook in andere fictieboeken begon me op te vallen hoe vaak er tijd wordt uitgetrokken voor koffie.

Schrijvers serveren, al dan niet bewust, om meerdere redenen koffie (of andere drank, maar opvallend vaak koffie), onder meer als show-don’t-tell-methode.
Lees verder