Ontmoeten

Ik ga niet beweren dat je met iedereen beste vrienden zou kunnen of willen zijn. Laat staan ‘houden van’. Ik beweer dat je door de ander te leren kennen een deel van jezelf leert kennen. Hoe meer mensen je leert kennen, hoe meer je van jezelf leert kennen. Hoe meer mensen je níét kunt of mag leren kennen – door taalbarrières, botsende overtuigingen (kom ik zo op terug) en loyaliteitsconflicten (idem) – hoe minder facetten je van jezelf kunt leren kennen.

Een paar van mijn theorieën over barrières die ons uit elkaar houden:

Botsende overtuigingen

Botsende overtuigingen kunnen afstand creëren. Overtuigingen botsen doordat ze je confronteren met de onzekerheid ervan. Een overtuiging is immers nog geen waarheid of feit, wat wordt bevestigd door het feit dat er verschíllende overtuigingen zijn. Die onzekerheid morrelt aan je comfort, waardoor je mensen met anderen overtuigingen op afstand wilt houden, en gelijkgestemden nabij.

Ditzelfde geldt voor gebruiken. Je weet wel: ‘Zo hóórt het nou eenmaal!’

Loyaliteitsconflict

Loyaliteitsconflicten zijn conflicten die gevoed worden door trouw aan je ouders en andere naasten. Je naasten hekelen ‘hen’ (die andere clan, club, kerk, groep, noem maar op) en door ‘hen’ ook te hekelen laat je je trouw aan je naasten blijken.

Loyaliteit is volgens mij de kiem van elk religieus conflict.

Wij-zij-denken

Als we bovenstaande of andere barrières tussen ons en de ander toestaan – want dit doen we zelf, al is het dan onbewust – gaan we in tegen onze natuurlijke drang om de ander te ontmoeten. Om dit tegennatuurlijke gedrag te sterken, zoeken we medestanders. Aldus groepsvorming.

De frustratie die wordt veroorzaakt door de afstand die groepsvorming creëert – de ander is nu minder of onbereikbaar – projecteren we op de ánder. Aldus wij-zij-denken.

Wij-zij-denken is dus een selffulfilling proces: ‘wij’ creëren een ‘zij’ waardoor er een onbereikbare ‘wij’ ontstaat; ‘zij’ creëren een ‘wij’ om diezelfde reden.

Weerspiegelen

Er is geen ‘wij’ en er is geen ‘zij’. Er is alleen de ander. Onvoorstelbaar veel anderen. Van wie ieder een uniek aspect van jou weerspiegelt.

Overtuigingen

We houden vast aan overtuigingen omdat ze ons zekerheid en veiligheid bieden, en op z’n minst gemoedsrust. Overtuigingen over wat ons na de dood te wachten staat, bijvoorbeeld. Afwijkende overtuigingen brengen onze zekerheid aan het wankelen. Weg gemoedsrust.

Het zijn naar mijn mening niet de verschillen zelf die onze gemoedsrust wegnemen, maar het feit dat er verschillen zíjn. Dit herinnert ons eraan dat een overtuiging geen vaststaand feit is; geen zekerheid biedt. Dat een overtuiging niets anders is dan een opgetuigde aanname.

Daardoor botsen religies denk ik met elkaar, ondanks dat ze in grote lijnen hetzelfde verkondigen en alleen in de details verschillen. Doordat er verschillen zíjn, wordt zekerheid – oftewel gemoedsrust – ondermijnd. De gevolgen van deze botsingen hoef ik niet toe te lichten, die halen dagelijks het nieuws. Al eeuwen.

De paradox: om ons veilig te voelen houden we ons vast aan overtuigingen, maar het vasthouden hieraan creëert juist ónveiligheid.

Denkbeelden (2)

De drang om andersdenkenden jouw denkbeelden op te leggen – of het nou een levensovertuiging, religie of dieet betreft – is volgens mij gebaseerd op de neiging je aan dit beeld vast te klampen, als een reddingsboei. Uit zekerheid. Uit veiligheid. Of misschien gewoon uit gewoonte.

Omdat je een denkbeeld nodig denkt(!) te hebben, zie je afwijkende denkbeelden niet zozeer als afwijzing van de jouwe, maar als een stille ontmaskering van dat wat het is: een (breekbaar) beeld.

Denkbeelden

Ik denk dat ik het begrijp

Hoe vaak zijn afkeur, haat en zelfs geweld

religieus, politiek of anderzijds

niet gestoeld op de angst

geconfronteerd te worden met het feit

dat jouw zelfbeeld en jouw zekerheid

jouw overtuiging en jouw werkelijkheid

niets anders

dan denkbeelden zijn