Mijn complexcomplex

In m’n tienerjaren produceerde ik de ene na de andere dance- en ambienttrack, op mijn Amiga-computer met slechts vier geluidskanalen. Deze technische ‘beperking’ maakte me op de een of andere manier creatief. Later, toen ik mijn eerste pc kocht en overging op complexe sequencers waarin je honderden instrumenten op elkaar kon stapelen waarop je honderdduizenden effecten los kon laten, heb ik nooit meer een track afgemaakt. Doorgaan met het lezen van “Mijn complexcomplex”

Graag gedaan!

In mijn artikel over persklaar maken, in de mei-editie van Boekblad, staat één zin die ik anders had willen formuleren: De persklaarmaker wordt níét genoemd in het colofon. Want in hetzelfde stuk meld ik dat aan de totstandkoming van een boek van eigen bodem minstens vier redacteuren bijdragen: twee freelancers (de persklaarmaker en de corrector) en minstens twee redacteuren in vaste dienst. Die zouden dan natuurlijk alle vier genoemd mogen worden. Of bedankt in het dankwoord (al worden de vaste redacteuren daarin vaak wel genoemd).

Maar mot dat dan per se, genoemd of bedankt worden?

In het artikel benadruk ik tevens dat freelancen voor een groot deel neerkomt op jezelf etaleren, dus is het niet alleen netjes maar ook núttig om genoemd of bedankt te worden. Daarbij, ik zeg gewoon héél graag: ‘Graag gedaan!’

 

Persklaar maken

‘Het doel van persklaar maken is om van een manuscript vlot lopend Nederlands te maken,’ aldus de huisregels van een van de uitgevers die mij inschakelen als persklaarmaker. Diezelfde huisregels vermelden echter dat de schrijfstijl van de schrijver of vertaler intact dient te blijven. Daarnaast heeft elke uitgever zijn eigen voorkeur voor ‘weleens’ of ‘wel eens’, ‘u hebt’ of ‘u heeft’, voor één of twee accenten op ‘óé’ en ‘íé’ en voor ‘T-shirt’ met een hoofdletter T of een t in klein kapitaal. Doorgaan met het lezen van “Persklaar maken”

Toeval of…

Van die toevalligheden, zoals dat ik regelmatig symmetrische tijden zie op digitale klokken (19:19, 21:21). Of zoals gister: een boot langs de Pletterijkade met de naam ‘Raaf’ en een straat die de ‘Hamerstraat’ heet, waar ik nog nooit eerder had gelopen ondanks dat ik al jaren in het centrum van Den Haag kom – wat toevallig is omdat Raaf en Hamer twee personages zijn in de thriller die ik momenteel redigeer. Doorgaan met het lezen van “Toeval of…”

Om een praatje verlegen

Dat verlegenheid geen constante is maar een variabele ontdekte ik eind maart, toen ik voor de tweede maal met een groepje collega-freelancers in Utrecht had afgesproken. Ieder vertelde waar hij of zij mee bezig was en toen het mijn beurt was, verstrakte mijn kaakspieren en kon ik nog net ‘Ik moet even naar het toilet’ uitbrengen. Terwijl ik dus geen hoge nood had. Doorgaan met het lezen van “Om een praatje verlegen”