Graag gedaan!

In mijn artikel over persklaar maken, in de mei-editie van Boekblad, staat één zin die ik anders had willen formuleren: De persklaarmaker wordt níét genoemd in het colofon. Want in hetzelfde stuk meld ik dat aan de totstandkoming van een boek van eigen bodem minstens vier redacteuren bijdragen: twee freelancers (de persklaarmaker en de corrector) en minstens twee redacteuren in vaste dienst. Die zouden dan natuurlijk alle vier genoemd mogen worden. Of bedankt in het dankwoord (al worden de vaste redacteuren daarin vaak wel genoemd).

Maar mot dat dan per se, genoemd of bedankt worden?

In het artikel benadruk ik tevens dat freelancen voor een groot deel neerkomt op jezelf etaleren, dus is het niet alleen netjes maar ook núttig om genoemd of bedankt te worden. Daarbij, ik zeg gewoon héél graag: ‘Graag gedaan!’

 

Persklaar maken

‘Het doel van persklaar maken is om van een manuscript vlot lopend Nederlands te maken,’ aldus de huisregels van een van de uitgevers die mij inschakelen als persklaarmaker. Diezelfde huisregels vermelden echter dat de schrijfstijl van de schrijver of vertaler intact dient te blijven. Daarnaast heeft elke uitgever zijn eigen voorkeur voor ‘weleens’ of ‘wel eens’, ‘u hebt’ of ‘u heeft’, voor één of twee accenten op ‘óé’ en ‘íé’ en voor ‘T-shirt’ met een hoofdletter T of een t in klein kapitaal. Doorgaan met het lezen van “Persklaar maken”

De vondeling

1968, de Scilly-eilanden. De achtjarige Robin vindt een dode baby op het strand. Als ze hulp gaat halen, is de baby verdwenen. Niemand gelooft haar. Twintig jaar later keert Robin terug naar het eiland om er voor eens en voor altijd achter te komen wat ze precies zag, al die jaren geleden. Al snel blijkt dat de bewoners hun redenen hebben om ervoor te zorgen dat ze nooit de waarheid zal achterhalen. Doorgaan met het lezen van “De vondeling”

De ontdekking

Op LinkedIn deel ik nu en dan de titel van het boek dat ik persklaar heb gemaakt (uitgeversjargon voor redigeren). Dan betreft het ofwel een boek waar ik veel werk aan had, ofwel een boek waarvan ik vind dat iedereen het zou moeten lezen. En soms beide.

Vorige week leverde ik de persklaar gemaakte vertaling in van de nieuwe Harlan Coben, De ontdekking (die wat mij betreft De waarheid zou moeten heten). Een van zijn beste vond ik, en ik deelde hem als volgt op LinkedIn: Doorgaan met het lezen van “De ontdekking”

Touchpad

Reminder aan mezelf: altijd, áltijd mijn touchpad uitschakelen tijdens het redigeren, want hoeveel ik ook met de gevoeligheid ervan pruts, mijn muispointer (‘wijzer’ klinkt haast sarcastisch!) weet altijd zijn weg naar dat kruisje rechts bovenin te vinden, waardoor ik me rotschrik als ineens de melding ‘Wilt u de wijzigingen in <manuscript> opslaan?’ verschijnt en ik áltijd twijfel voor ik op ‘Annuleren’ klik, omdat dit op een of andere manier klinkt of ik al mijn wijzigingen kwijtraak.

 

Dwarsbomen

Ik noem geen titels, maar twee jaar terug heb ik een paar magere manuscripten (qua inhoud, niet qua aantal pagina’s) geredigeerd voor een kleine, commerciële uitgeverij.* Mijn commentaar in de kantlijn loog er niet om en ik heb daar naderhand een opmerking over gekregen van de bureauredacteur. Terecht, al overviel het me toentertijd behoorlijk. Vooral omdat ik eigenlijk niet precies wist waaróm ik zo streng was geweest. Waar kwam mijn frustratie nou precies vandaan? Doorgaan met het lezen van “Dwarsbomen”

Redigeren blijft mensenwerk

In een drieluik over de Tweede Wereldoorlog* werd het geluid van geweerschoten in deel 1 met beng, beng en in deel 2 met pang pang aangeduid. Met zoek-en-vervang veranderde ik alle pangs in deel 2 in bengs. Inclusief een Japanse soldaat genaamd Pang. Hier kwam ik achter toen ik dacht: wie is die Beng nou weer?

 

* In de voorste linie en De lange weg, van Michael Grant (Harper Collins Holland).