Goedheilige strijd

Ik geloofde ook, ooit. Heel toegewijd zelfs. Anderen, die inmiddels van hun geloof waren afgestapt (en dat werden er steeds meer), probeerde ik te overtuigen. Toen bij míj de eerste twijfels opkwamen, wilde ik er simpelweg niet aan toegeven. Stel je voor: de schaamte! Ik werd nóg fanatieker. Maar toen ik ongeveer acht, negen jaar oud was, moest ik m’n goedheilige strijd toch écht opgeven.

Koffie voor de Sint

Omdat hij ’s nachts het dak op moet

doet Sint zich flink aan koffie tegoed

En drinkt hij naast zwart

ook met schuim, verfraaid met art

Overdag aan het dichten

om zijn aandacht op iets leuks te richten

Alle schoenen immers al ’ns voorzien

en zelden een tevreden gezicht gezien

Om alle grijpgrage handjes te bedienen

kan Sint níét meer zonder cafeïne

Zo mijmert hij tussen de daken door

Waar doe ik ’t eigenlijk nog voor?

Liever is hij aan het woordhouwen

dan bodemloze putten vol te stouwen

 

Een beetje brutaal uit de hoek

komt hij met ’t volgende verzoek

Zet u behalve uw schoen

ook eens een bakkie voor die ouwe Kapoen?