Puttertjes

Hierom heb ik dus geen smartphone, en zal ik ook niet zo snel op een e-bike stappen. Net fietste ik naar de bibliotheek (waar ik overigens wel mijn laptop openklap in plaats van een boek) en zag ik onderweg twee puttertjes rondscharrelen op de grond.

Ik keerde om om er nog een keer langs te fietsen. Ze vlogen op en belandden beide op een lage tak van een jong boompje waardoor ik, terwijl ik erlangs fietste, van heel dichtbij hun bonte rood-wit-zwarte koppies tussen de witte bloesem zag.

Dit had ik anders vast gemist.

(En nee, ik heb er geen foto van gemaakt.)

(On)geduld

Volgens mij is ongeduld de keerzijde van welvaart. Specifieker: van de gewenning alles on demand te kunnen krijgen. Kan dit namelijk een keer niet, verdraag je dit slechter dan wanneer je gewend bent te wachten.

Eerder schreef ik over het ‘brievenbusgevoel’: tot ongeveer mijn twintigste was het vanzelfsprekend dat je maar één keer per dag post kreeg. Zat die brief waar ik met smart* op wachtte er niet bij, had ik geen andere keuze dan te wachten tot de volgende dag. Toen was geduld heel gewoon. Een pluspunt, meen ik. Lees verder

Onrust

De student naast me in de KB kan geen seconde stilzitten. Eén bonk zenuwen.

Zo’n fase heb ik ook gehad. Onrust, denk ik achteraf gezien. Dubbel gelaagde onrust, doordat ik niet wist waar die vandaan kwam. Met zenuwtics (vroeger) en piekeren (later) tot gevolg. Om te ontsnappen aan die onrust verloor ik mezelf vaak in fantasieën. Noem het maar dagdromen.

De jongen pakt om de paar tellen zijn smartphone. Dat geldt trouwens voor de meeste studenten hier. Waar mijn dagdromen nog beperkt werden door mijn voorstellingsvermogen biedt een smartphone een oneindige hoeveelheid afleiding. En niet alleen afleiding, ook ándermans onrust.

Noem het maar vooruitgang.