Tolereren

‘Tolereren’ is een woord met een bijsmaakje. Het komt op mij over alsof je je eigenlijk aan iemand stoort, maar dit niet laat blijken. Het is niet voor niets een synoniem van ‘gedogen’. Het heeft iets dubbele-agenda-achtigs ten opzichte van degene die je tolereert. Alsof je jezelf eraan moet herinneren dat ‘hij of zij nou eenmaal niet beter weet’. Bah.

De mate van tolerantie wordt niet alleen bepaald door hoe anders de ander is – wat redelijk subjectief is –, maar ook door hoe open je hiervoor staat; in hoeverre je om kunt gaan met, of een probleem maakt van de onderlinge verschillen. Het wijst dus op een (subjectieve!) schaal: van intolerant (moet ik níks van weten), naar tolerant (vooruit dan maar), tot open, gastvrij of… hoe noem je eigenlijk het tegenovergestelde van intolerant?