Zwakke werkwoorden

Zwakke werkwoorden waarvan de stam eindigt op een d of een t (voeden, planten) klinken in het meervoud hetzelfde in de tegenwoordige als in de verleden tijd. Alleen bij het lezen zie je dat ‘al die blikken voedden mijn vermoeden’ in de verleden tijd staat; dit hóór je niet. Net als ‘we plantten de zaadjes’, wat met die dubbele t ook nog eens lelijk oogt.

Onpraktisch, halsstarrig (want weigeren van klinker te veranderen) en lelijk. Vandaar: zwak.